
Dit artikel gaat over: Locatiemanagement
Ik stond op parkeerplaats P3. Mijn telefoon ging. Locatie Zuid had een probleem. Maar ik was op locatie West, en Locatie Noord stond ook al op de planning voor vanmiddag. En ergens anders was nog iemand ziek die gereplaced moest worden.
Lees ook: meer over dit onderwerp
Gerelateerd: dit artikel zet het in perspectief
Dit is het leven van een regionaal coördinator. Je moet op meerdere plekken tegelijk zijn, maar je lichaam kan maar op één plek zijn. Hoe deal je daar mee?
De realiteit van regionaal coördineren
Toen ik begon met coördineren had ik één locatie. Ik kende iedereen, ik wist alles van elke kamer, elke gang, elke bewonersgeschiedenis. Ik was de baas van mijn eigen domein.
Toen kwamen er meer locaties bij. Eerst twee, toen vier, uiteindelijk meer dan tien. En plotseling was ik niet meer de baas van één domein — ik was de schakel tussen alle domeinen. En dat is iets heel anders.
De uitdaging is simpel: je kunt niet overal tegelijk zijn. Maar iedereen verwacht dat je ergens bent. De locatiemanagers verwachten dat je langskomt. De bewoners hebben issues die aandacht nodig hebben. De gemeenten willen updates. En ergens in die mix moet jij beslissingen nemen over dingen die je niet met eigen ogen hebt gezien.
Het probleem van informatie-asymmetrie
Wat ik heb geleerd is dat hoe verder je van een locatie afstaat, hoe meer informatie je misloopt. Niet omdat mensen je niet informeren — vaak proberen ze dat wel — maar omdat context verloren gaat in de overdracht.
Ik belde naar een locatie: “Hoe gaat het daar?” De manager: “Het gaat goed.” Vijf dagen later hoorde ik dat er een crisis was geweest. Bleek dat wat ik “goed” noemde, alleen maar betekende dat er geen grote brand was geweest. De kleine crises — de spanning tussen bewoners, de medewerker die uitviel, de persoon die overleden was — waren niet verteld omdat ze niet urgent leken.
Het probleem van informatie-asymmetrie is dat je als coördinator beslissingen moet nemen op basis van onvolledig beeld. En dat vereist een andere aanpak dan wanneer je fulltime op één plek staat.
Systemen boven persoonlijke aanwezigheid
Toen ik meer locaties kreeg, moest ik accepteren dat ik niet meer alles zelf kon zien. Dit was moeilijk. Ik wilde alles weten, alles controleren, overal mijn ogen op hebben. Maar dat was onmogelijk.
De shift die ik moest maken was: van persoonlijke aanwezigheid naar systemen. Hoe zorg ik dat informatie naar me toekomt, ook al ben ik er niet? Hoe zorg ik dat beslissingen worden genomen, ook al ben ik er niet?
In de praktijk betekende dit dat ik vaste check-ins moest bouwen. Elke ochtend een telefonische ronde langs alle locatiemanagers. Elke week een schriftelijke rapportage. Elke maand een locatie-bezoek. Dit gaf structuur aan het ongestructureerde.
Rapporteren op afstand
Het tweede dat ik leerde was het belang van goede rapportage. Als coördinator op afstand ben je afhankelijk van wat anderen je vertellen. En niet iedereen is even goed in het communiceren vanuit hun perspectief.
Ik heb geleerd om expliciet te vragen naar dingen die anders niet worden verteld. Niet: “Hoe gaat het?” — dat is een open vraag die niets zegt. Maar: “Wat is er de afgelopen week gebeurd dat ik zou moeten weten? Wat heeft aandacht nodig? Wat is er gebeurd met de personele bezetting?"
Het derde wat hielp was het implementeren van een vast format voor rapportage. Niet free-form text, maar een gestructureerd overzicht: actuele bezetting, personele situatie, lopende issues, komende verwachtingen. Dit maakte het makkelijker om snel overzicht te krijgen over alle locaties.
Delegeren en vertrouwen
De moeilijkste les die ik moest leren was delegeren. Op één locatie kon ik alles zelf maken. Op meerdere locaties moest ik dat niet eens proberen — het was onmogelijk. Ik moest locatiemanagers machtigen om beslissingen te nemen zonder mijn goedkeuring.
Dit vereist vertrouwen. En vertrouwen vereist dat je mensen selecteert die dat verdienen, en dat je structuren bouwt die verkeerde beslissingen vangen voordat ze te groot worden.
In mijn regio wist ik wie ik kon vertrouwen met grote beslissingen, en wie beter eerst even overlegde. Dit wist ik niet uit een handboek — dit leerde ik door trial and error, door crises die ik had kunnen voorkomen als ik eerder had ingegrepen.
Het fysieke probleem
Er is ook een fysiek aspect aan het managen van meerdere locaties. Je lichaam kan maar op één plek zijn. Maar je telefoon gaat overal. En de realiteit is dat je niet overal kunt zijn tegelijk.
Wat ik deed was priorities stellen. Niet alles is even urgent. Niet alles vereist mijn fysieke aanwezigheid. Veel dingen kunnen worden opgelost met een telefoontje, een mail, een ADV dat even tussendoor wordt gebeld.
Het tweede wat hielp was het plannen van mijn dagen. Niet alleen mijn afspraken, maar ook mijn reistijd, mijn beschikbaarheid voor telefoontjes, mijn focus-tijd. Als ik wist dat ik woensdag op locatie West moest zijn, dan plande ik mijn ochtend voor telefoontjes van en naar andere locaties, zodat ik niet hoefde te switchen tijdens het rijden.
De valkuilen van multi-locatie management
Wat ik heb gezien bij anderen die meerdere locaties runnen is dat er een aantal valkuilen zijn:
Te lang wachten met ingrijpen. Je hoort dat er probleemen zijn, maar je denkt dat het wel losloopt. Tot het niet losloopt en je voor een veel groter probleem staat dan nodig was.
Te veel vertrouwen op rapportage. Rapportage is handig, maar het is geen vervanging voor eigen observatie. Als je merkt dat een locatie steeds dezelfde dingen meldt — “het gaat goed” — dan is de kans groot dat er niets noemenswaardigs wordt gemeld, ook niet als het slecht gaat.
Te weinig cultuur-bouwen. Elke locatie heeft zijn eigen cultuur. Als coördinator ben je verantwoordelijk voor de cultuur-overstijgende normen — maar die bouw je maar door op locaties te zijn, te zien, te horen. Als je alleen nog maar papier ziet, verwatert de cultuur.
Te weinig rust nemen. Multi-locatie management is intensief. Je bent constant onderweg, constant aan het schakelen, constant aan het oplossen. Dit put uit. En als je uitgeput bent, maak je slechtere beslissingen. Dus rust is geen luxe — het is onderdeel van het werk.
Wat echt werkt
Het managen van meerdere locaties vraagt om een andere mindset dan enkelocatie management. Het vereist dat je accepteert dat je niet alles kunt controleren, dat je moet vertrouwen op systemen en mensen, dat je prioriteiten moet stellen, en dat je afstand moet kunnen nemen zonder de verbinding te verliezen.
Wat voor mij werkte: goede structuren, heldere rapportage, vertrouwde mensen, en het vermogen om te delegeren. En daarnaast: eerlijkheid naar mezelf over wat ik niet weet, en de moed om te vragen in plaats van aan te nemen.
Multi-locatie management is niet voor iedereen. Maar voor degenen die het doen: het is een vak apart. En het is te leren.
Dit artikel valt onder: Locatiemanagement
Tot slot
Besluitvorming is een van de meest fundamentele vaardigheden als leider. En het begint bij het begrijpen van hoe je brein werkt – inclusief de rol van slaap. Door te investeren in je slaap, investeer je in betere beslissingen, in meer veerkracht, in een helderder hoofd. En dat is uiteindelijk wat goed leiderschap vraagt.
Bronnen bij dit artikel:
Dit artikel is gebaseerd op praktijkervaring en persoonlijke inzichten van Sertel Ortac, coördinator hulpverlening opvanglocaties regio Zeeland-West-Brabant.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn