
Het is twee uur ’s nachts. Je ligt in bed. De volgende vergadering is over acht uur. Je zou moeten slapen. Maar je brein draait op volle toeren. Alle dingen die mis kunnen gaan. Alle dingen die je had moeten zeggen. Alle dingen die nog komen gaan. Je ligt er maar, aan het piekeren, en je weet dat het niets oplevert — maar je kunt niet stoppen.
Herkenbaar? Ik heb dit vaker meegemaakt dan me lief is.
Dit artikel gaat over: Piekeren & Ruminatie
Piekeren is de meest FUTIELEN activiteit die er is. Je brein gaat maar door over dingen die al zijn gebeurd of die misschien nooit gebeuren, en het lost er niets mee op. Het is alsof je in een put aan het graven bent in de verwachting dat er water uitkomt. Hoe meer je graaft, hoe dieper de put — maar geen water.
Toch piekeren we. Voortdurend. En het voelt alsof het helpt — alsof je door er hard over na te denken een oplossing zult vinden. Maar dat gevoel is bedrog. Piekeren geeft het gevoel van bezig zijn met het probleem, maar het is geen probleemoplossing. Echte probleemoplossing is gericht, doelgericht, en leidt tot actie. Piekeren is circelend, herhalend, en eindeloos.
Waarom piekeren zo verslavend is
Als je piekert, activeer je dezelfde hersengebieden als bij probleemoplossing. Je prefrontale cortex gaat aan het werk. Je temporele kwab — betrokken bij verleden en toekomst — raakt geactiveerd. Het voelt alsof je bezig bent. Maar het verschil is dat bij echt probleemoplossend denken je prefrontale cortex wordt gecoached door je hippocampus — je werkt met informatie, met herinneringen, met feiten. Bij piekeren werk je met angsten, met veronderstellingen, met dingen die niet facts zijn maar die je brein wel als zodanig behandelt.
Daarnaast heeft piekeren een emotioneel functie. Het houdt je bezig met dingen die je had kunnen voorkomen of die misschien nog te voorkomen zijn. En bezig zijn voelt beter dan stilzitten met een naar gevoel. Dus ook al werkt piekeren niet, het is beter dan niets — in elk geval in de beleving van je brein.
Wat wel werkt: van cirkelen naar bewegen
De truuk is niet om te stoppen met piekeren — dat werkt niet, want hoe harder je probeert te stoppen, hoe meer je eraan denkt. De truuk is om je brein een andere richting te geven. Hieronder een paar dingen die hebben gewerkt voor mij en voor anderen:
1. Schrijven. Als ik ’s nachts lig te piekeren, sta ik op en ik schrijf op wat er in mijn hoofd zit. Niet om het op te lossen — gewoon om het eruit te halen. Letterlijk: mijn brein stopt met de druk om het allemaal te onthouden omdat het nu ergens staat. Vaak kan ik daarna weer slapen.
2. Fysiek bewegen. Piekeren is een mentale activiteit die weinig lichaam gebruikt. Als ik merk dat ik aan het piekeren ben, ga ik wandelen. Niet om na te denken — om te lopen. De fysieke sensaties van lopen — het geluid van mijn schoenen op de grond, mijn ademhaling, de kou of warmte — brengen mijn aandacht terug naar mijn lichaam en uit mijn hoofd.
3. De ‘later’-techniek. In plaats van te zeggen “ik moet hiermee stoppen”, zeg ik tegen mezelf: “hier kom ik morgen om tien uur op terug.” Dit geeft mijn brein het gevoel dat het probleem niet wordt genegeerd — het krijgt een afspraak. En vaak is die ‘later’ vanzelf minder urgent als de ochtend eraan komt.
4. Mindfulness-achtige interventies. Niet de mindfulness van de apps en de cursussen — gewoon letterlijk stoppen, gaan zitten, en voelen wat er in mijn lichaam zit. Waar zit de spanning? Wat voel ik in mijn borst? Dit soort lichaamsgerichte interventies haalt je uit je hoofd en in je lijf — waar het piekeren vaak minder grip heeft.
Het gevaar van rumineren
Piekeren is verwant aan rumineren — het eindeloos herkauwen van negatieve gedachten. Ruminatie is zelfs nog schadelver, want het is specifiek gericht op wat er mis is, wat niet goed voelt, wat is misgegaan. Mensen die rumineren, bouwen depressie en angst op — niet omdat de wereld slechter wordt, maar omdat hun brein steeds meer bewijs verzamelt voor hoe slecht alles is.
In de opvanglocaties is rumineren een groot probleem. Bewoners die ’s nachts in hun kamer zitten en maar denken aan wat ze hebben achtergelaten. Die de verhalen maar blijven herhalen, zonder dat het ergens toe leidt. Hoe meer ze rumineren, hoe slechter ze zich voelen — een vicieuze cirkel.
De interventie is altijd hetzelfde: rumineren stopt niet door erover te praten in dezelfde ruminerende context. Het stopt door de aandacht te verplaatsen — naar het lichaam, naar het heden, naar iets tastbaars.
Persoonlijke noot
Ik heb zelf een periode gehad waarin ik ’s nachts niet kon slapen omdat mijn brein niet uit kon schakelen. Ik lag te piekeren over werk — over wat ik had gemist, wat ik verkeerd had gedaan, wat er nog allemaal ging gebeuren. Het werd zo erg dat ik overdag een blok aan mijn been had — altijd de vermoeidheid, altijd het gevoel dat ik iets moest oplossen maar dat ik er de energie niet voor had.
Wat me uiteindelijk heeft geholpen: niet meer proberen om niet te piekeren. Maar een vast ritueel maken van ’s avonds laat — een wandeling, een kop thee, een halfuur lezen. En als ik ’s nachts wakker werd en begon te piekeren, opstaan en opschrijven. Het duurde weken voordat het begon te werken. Maar op den duur leerde mijn brein dat de avond het moment was om dingen te verwerken — niet de nacht.
Conclusie
Piekeren is menselijk. Het is hoe het brein is gebouwd. Maar je kunt wel leren om er minder lang in te blijven hangen — niet door het te onderdrukken, maar door het brein een andere uitweg te geven. Schrijven, bewegen, een ‘later’-afspraak maken, of gewoon even voelen wat er in je lichaam zit.
De kunst is om te leren dat je brein geen baas over je is. Dat je de gedachten kunt laten komen — en ze ook weer kunt laten gaan. Dit is geen trucje voor een keer. Het is een levenslange praktijk. En het begint ermee dat je stopt met vechten tegen het piekeren, en in plaats daarvan iets anders gaat doen.
Dit artikel valt onder: Piekeren & Ruminatie
Gerelateerde blogs: Piekeren en rumineren: herken het verschil | Piekeren doorbreken: praktische technieken die werken | Piekeren en angst: hoe zorgen samenhangen
Bronnen bij dit artikel:
Nolen-Hoek, S. (2010). Self-Regulation in Learning. Routledge.
Watkins, E. (2008). Configural somatic processing in rumineren. Psychological Review.
Harvey, A. (2011). Overcoming Depression: A Cognitive Behavioral Approach. Oxford.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn