
Op een moment dat ik dacht dat ik goed bezig was, kreeg ik te horen dat ik een verkeerde inschatting had gemaakt. Niet een beetje verkeerd — behoorlijk verkeerd. En ik wist zeker dat mijn redenering klopte. Tot bleek dat die dat niet deed.
Dit artikel gaat over: Metacognitie
De vraag die ik me daarna stelde was niet hoe ik het zo mis had kunnen hebben. Die vraag was: hoe kon ik zo zeker zijn geweest terwijl ik het mis had? En hoe voorkom ik dat dat nog een keer gebeurt?
Die vraag leidde me naar het onderzoek naar cognitieve biases — de systematische denkfouten die onze hersenen maken, keer op keer, zonder dat we ons daar bewust van zijn.
Wat zijn cognitieve biases?
Cognitieve biases zijn voorspelbare afwijkingen in hoe we informatie verwerken. Ze zijn niet willekeurig of willekeurig — ze volgen patronen die keer op keer terugkomen in hoe mensen denken. En dat betekent dat ze te herkennen zijn, en tot op zekere hoogte te voorkomen.
De psychologen Daniel Kahneman en Amos Tversky hebben in de jaren 70 en 80 baanbrekend werk verricht op dit gebied. Hun onderzoek toonde aan dat menselijke besluitvorming lang niet zo rationeel is als we graag denken. We zijn geen kalculatoren die realistische uitkomsten berekenen. We zijn wezens die systematisch dezelfde fouten maken.
In mijn werk zag ik die biases keer op keer terugkomen. Niet in mij alleen — in teams, in organisaties, in how we met elkaar overleggen. De menselijke geest is niet gebouwd voor de complexe wereld waarin we tegenwoordig leven.
De meest voorkomende biases die ons beslissingen verpesten
Er zijn tientallen biases geïdentificeerd door psychologists. Een paar zijn bijzonder relevant voor professioneel werk:
Confirmation bias. De neiging om informatie te zoeken die bestaande overtuigingen ondersteunt, en informatie die ertegen spreekt te negeren of weg te rationaliseren. Als je eenmaal vindt dat iemand niet te vertrouwen is, dan zie je alles wat die persoon doet door die lens. En dat maakt het moeilijk om de werkelijkheid objectief te zien.
Availability heuristic. De neiging om de waarschijnlijkheid van iets in te schatten op basis van hoe makkelijk je je een voorbeeld kunt herinneren. Iets waarvan je recent een duidelijk voorbeeld hebt meegemaakt, voelt waarschijnlijker dan iets wat je alleen maar gelezen hebt. In de praktijk betekent dit: een recent negatief voorval kan je risico-inschatting scheef trekken.
Anchoring. De neiging om je te laten beïnvloeden door het eerste getal of de eerste informatie die je krijgt. Als iemand begint met een hoog getal, eindig je eerder met een hoog getal dan wanneer ze beginnen met een laag getal. Zelfs bij onderhandelingen waar dat eerste getal totaal willekeurig is.
Sunk cost fallacy. De neiging om door te gaan met iets omdat je er al in hebt geïnvesteerd, ook als het rationeel zou zijn om te stoppen. “We hebben er al zoveel in gestoken, we kunnen nu niet meer stoppen” — dat is een gedachte die klinkt als logica maar die rampzalig kan zijn voor besluitvorming.
Planning fallacy. De systematische neiging om te realistisch te zijn over hoe lang iets duurt en hoeveel het kost. Bijna iedereen denkt dat projecten sneller klaar zijn dan ze werkelijk duren. En de weinigen die dat niet doen, worden vaak gecorrigeerd door degenen die dat wel denken.
Hoe biases zich versterken in groepen
Individuele biases zijn al schadelijk, maar in groepen worden ze vaak versterkt. Groupthink heet dat verschijnsel: de neiging van groepen om conform te denken, vooral wanneer er druk is om het eens te worden.
Groupthink verklaart waarom teams soms beslissingen nemen die geen enkel individu alleen zou hebben genomen. De druk om het eens te zijn, de angst om af te wijken, het verlangen om sociaal geaccepteerd te worden — al die factoren kunnen leiden totcollectieve blindheid voor alternatieven of risicos.
In de opvangwereld was groupthink een reëel risico. Als een heel team dezelfde interpretatie had van een situatie, dan was het moeilijk om die interpretatie te bevragen. ledereen ging ervan uit dat de groep het juist zag. En soms was dat zo. Maar soms ook niet.
Waarom biases zo moeilijk te herkennen zijn
Het paradoxale van biases is dat je ze in jezelf bijna nooit herkent op het moment dat je ze maakt. Ze zijn systematisch, maar ze voelen niet systematisch aan. Ze voelen als normale, rationele gedachten.
Dat komt omdat biases werken op het niveau van System 1 — het snelle, automatische denken. En System 1 is niet toegankelijk voor bewuste introspectie. Je kunt niet direct in je brein kijken en zien welke shortcuts het neemt. Je kunt alleen naar de outputs kijken en proberen die te verklaren.
En tegen de tijd dat je genoeg afstand hebt om te zien dat je een bias hebt gehad, is de beslissing al genomen. De informatie is al verwerkt, de inschatting is al gemaakt. De bias is al werkzaam geweest.
Structures om biases te counteren
Hoewel biases niet rechtstreeks uit te schakelen zijn, zijn ze wel te counteren met de juiste structuren:
Pre-mortems. Voordat je een beslissing neemt, stel je je voor dat het mis is gegaan. Wat ging er dan mis? Deze techniek dwingt je om alternatieve scenario’s te overwegen en risico’s te identificeren voordat je de beslissing neemt.
Red teams. Een subset van het team krijgt de opdracht om alle argumenten tegen een voorstel te formuleren. Dit structureert het proces van kritisch evalueren en voorkomt dat kritiek als aanval wordt gezien.
Devil’s advocate. Iemand in de groep wordt aangewezen om de tegengestelde positie in te nemen, ongeacht wat die persoon zelf vindt. Dit verplicht de groep om alternatieven te overwegen zonder dat iemand zijn sociale positie op het spel zet door het zelf te doen.
Beslissingen uitstellen. Wanneer mogelijk, neem geen beslissingen direct. Laat informatie bezinken. De tijd die je neemt geeft je brein de kans om de informatie ook door System 2 te laten verwerken, niet alleen door System 1.
De rol van metacognitie
Metacognitie is het beste wapen tegen biases. Niet omdat het ze uitschakelt — dat kan niets — maar omdat het je in staat stelt om te herkennen wanneer je mogelijk door een bias wordt beïnvloed.
Dat herkennen is de eerste stap. De tweede stap is het nemen van afstand: even pauzeren, de situatie van buitenaf bekijken, jezelf afvragen of wat je denkt wel klopt. En de derde stap is het structureel toepassen van technieken die biases counteren.
Die stappen worden makkelijker naarmate je ze meer oefent. metacognitie is een spier, niet een aan-uitknop. Hoe meer je het gebruikt, hoe sterker het wordt.
Concreet: wat je vandaag kunt doen
Wil je werken aan het herkennen van je eigen biases? Hier zijn drie dingen die je vandaag al kunt doen:
Check je eerste reactie. Wanneer je een sterke reactie hebt op iets — goedkeuring, afwijzing, enthousiasme, woede — vraag jezelf dan af: is dit gebaseerd op de feiten of op mijn vooroordelen? Wat zou ik denken als de bron een andere was?
Zoek actief tegenspraak. In plaats van informatie te zoeken die je standpunt ondersteunt, zoek actief naar informatie die het tegenspreekt. Dat voelt oncomfortable, en dat is goed. Het is precies waar het om gaat.
Houd een beslissingslog bij. Schrijf je beslissingen op, met de redenen die je ervoor had. Na een maand heb je een verzameling beslissingen en kun je kijken of er patronen zijn in je denken — patronen die je zelf niet was opgevallen.
Tot slot
Cognitieve biases zijn geen teken van zwakte of domheid. Ze zijn een onvermijdelijk bijproduct van hoe onze hersenen werken. Iedereen heeft ze. De vraag is niet of je ze hebt — dat heb je. De vraag is of je er iets aan doet.
En dat doen begint met het erkennen dat je brein je niet altijd de waarheid vertelt. Dat wat je denkt niet altijd klopt. Dat je eerste indruk niet altijd de juiste is. En dat je, door structuren en technieken toe te passen, de invloed van biases kunt verminderen.
Dat is geen garantie voor perfecte beslissingen. Het is een manier om beter te worden, keer na keer. En dat is uiteindelijk waar het om gaat: niet de afwezigheid van fouten, maar de aanwezigheid van leren.
Lees ook: Cognitieve Vertekingen: 6 Denkfouten Die Je Beslissingen Verpesten en Brein & Veerkracht.
Dit artikel valt onder: Metacognitie
Bronnen bij dit artikel
- Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Farrar, Straus and Giroux.
- Mayer, J.D. & Salovey, P. (1997). What is Emotional Intelligence? In P. Salovey & D. Sluyter (Eds.), Emotional Development and Emotional Intelligence. Basic Books.
- Posner, M.I. & Rothbart, M.K. (2007). Educating the Human Brain. American Psychological Association.
- Dijksterhuis, A. (2007). On the Nature of Unconscious Thought. Perspectives on Psychological Science.
- Sapolsky, R.M. (2015). Behave: The Biology of Humans at Our Best and Worst. Penguin Press.
Dit artikel is geschreven vanuit de praktijkervaring van Sertel Ortac als coördinator hulpverlening opvanglocaties en is bedoeld als achtergrondinformatie voor professionals in vergelijkbare sectoren. Alle voorbeelden zijn gebaseerd op echte praktijksituaties, veralgemeniseerd voor leesbaarheid.
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn