
Bij een brainstormsessie zit je aan de linkerkant van de tafel: analytisch, kritisch, cijfermatig. Je collega aan de rechterkant komt met de wildste ideeen, losjes, creatief. Jullie hebben nooit doordeweeks kunnen werken — te verschillend. Maar wie heeft er nu gelijk? Wie is er slimmer?
Het antwoord is: geen van beiden. Dit zijn denkstijlen — manieren van denken die elk hun eigen sterktes en zwaktes hebben. En het misverstand dat de ene beter is dan de andere is een van de meest destructieve mythes in organisaties.
Verschillende denkstijlen begrijpen
Het concept van denkstijlen komt voort uit het werk van psychologen die hebben gekeken naar hoe verschillende mensen denken, niet alleen hoe slim ze zijn. Intelligentie gaat over hoeveel je aankunt — de capaciteit om te verwerken, te onthouden, te analyseren. Denkstijl gaat over hoe je die capaciteit gebruikt, welke benadering je kiest voor problemen.
De meestgebruikte indeling is die van creatieve versus analytische denkstijl. Creatieve denkers — soms divergent denken genoemd — zijn de ideeengenerators. Ze komen met veel opties, ze zien verbindingen die anderen missen, ze zijn comfortabel met ambiguiteit. Analytische denkers — convergerende denkers — zijn de evaluators. Ze analyseren ideeen kritisch, ze zijn scherp op inconsistenties, ze zijn sterk in het structureren van complexiteit.
Er is ook een sociaal aspect. Creatieve denkers werken vaak het best in groepen waar ideeen vrij mogen stromen, waar evaluatie niet direct plaatsvindt. Analytische denkers werken vaak het best solitair, met tijd om na te denken, te structureren, te verfijnen. En hun ideale samenwerking is er een waarin creatieve denkers eerst genereren, en analytische denkers daarna evalueren — in die volgorde.
De mythes over denkstijlen
De eerste mythe is dat denkstijlen vastliggen — dat je bent ofwel creatief ofwel analytisch, en dat dat niet kan veranderen. Onderzoek van Robert Sternberg en anderen heeft dit weerlegd. Denkstijlen zijn weliswaar de voorkeursbenadering — de stijl die het meest comfortabel voelt — maar dat betekent niet dat andere stijlen niet beschikbaar zijn. Met training en bewustwording kun je andere stijlen ontwikkelen.
De tweede mythe is dat creatieve denkers automatisch slechter zijn in analyse, en analytische denkers slechter in creatie. Dit is onzin. De stijl zegt iets over de benadering, niet over de capaciteit. Een briljant creatief denker kan analytisch werk van hoge kwaliteit leveren — het kost alleen meer moeite, het voelt minder natuurlijk aan. En omgekeerd kunnen analytische denkers verrassend creatief zijn als ze de ruimte krijgen om los te laten wat ze hebben geleerd over hoe dingen zouden moeten.
De derde mythe — en misschien de meest schadelijke — is dat creatief denken belangrijker is dan analytisch denken, of andersom. In organisaties hoor je regelmatig: “We moeten creatiever worden.” Of: “We hebben meer analytische capaciteit nodig.” Beide zijn nodig. Geen enkel team kan excelleren met alleen maar creatieve denkers — er is niemand die de ideeen toetst. En geen enkel team kan excelleren met alleen maar analytische denkers — er is niemand die nieuwe mogelijkheden identificeert.
Wanneer elke stijl werkt
Analytisch denken werkt het best bij problemen die complex zijn, maar wel goed gedefinieerd. Een financieel model bouwen, een proces auditen, een juridisch contract nalopen — dit zijn taken waarbij de variabelen bekend zijn, de structuur helder is, en nauwkeurigheid belangrijk is. Analytische denkers blinken uit in deze context omdat hun stijl past bij de eisen.
Creatief denken werkt het best bij problemen die slecht gedefinieerd zijn, waar de juiste vraag niet bekend is, waar vernieuwing nodig is. Een nieuwe markt betreden, een bestaand product heruitvinden, een organisatieverandering doorvoeren — dit zijn taken waarbij de oplossing niet voor de hand ligt, waarbij out-of-the-box denken waardevol is. Creatieve denkers blinken uit in deze context omdat hun stijl past bij de eisen.
Het compromis denken — waarbij je beide stijlen combineert — is waarschijnlijk het waardevolst in de meeste praktijksituaties. Eerst creatief mogelijkheden verkennen, dan analytisch de mogelijkheden wegen, dan creatief de gekozen aanpak verfijnen. Dit is een cyclus, geen keuze tussen de twee.
Denkstijlen in teams
In teams is het mixen van denkstijlen een van de sterkste voorspellers van effectiviteit. Teams die alleen maar analytische denkers hebben, zijn sterk in het evalueren van bestaande ideeen, maar zwak in het genereren van nieuwe. Teams die alleen maar creatieve denkers hebben, zijn sterk in het genereren van ideeen, maar zwak in het selecteren van de beste. Het is de combinatie die waarde creert.
Maar de combinatie werkt alleen als er een proces is dat beide stijlen aanspreekt. Als creatieve denkers en analytische denkers door elkaar heen werken, dan kan het conflict destructief worden. Als de analytische denker constant de ideeen van de creatieve ondermijnt, dan stoppen de creatieve denkers met ideeen delen. Als de creatieve denker constant de analyse van de analytische ondermijnt, dan stoppen de analytische denkers met analyseren.
Wat werkt is sequencing. Eerst een fase voor creatieve denkers — genereren zonder oordeel, rommelig en vrij. Dan een fase voor analytische denkers — selecteren, wegen, structureren. Dan weer een fase voor creatieve denkers — verfijnen, verbinden, presenteren. Dit ritme waardeert beide stijlen, en voorkomt dat de ene stijl de andere overheerst.
Je denkstijl ontwikkelen
De eerste stap is bewustwording: wat is je dominante denkstijl? Heb je de neiging om analytisch te zijn, of creatief? En wat zijn de zwaktes van die stijl? Als je altijd analytisch denkt, dan is je zwakte dat je misschien kansen mist die niet voor de hand liggen. Als je altijd creatief denkt, dan is je zwakte dat je moeite hebt met het selecteren en afronden van ideeen.
De tweede stap is intentioneel oefenen. Als je analytisch bent, dwing jezelf dan om in creatieve contexten te denken. Ga naar brainstormsessies met de intentie om alleen maar te genereren, niet om te evalueren. Als je creatief bent, dwing jezelf dan om na te denken voordat je ideeen deelt. Schrijf ze op, structuur ze, presenteer ze dan — ook al voelt het onnatuurlijk aan.
De derde stap is het zoeken van complementaire samenwerking. Werk met mensen die een andere denkstijl hebben dan jij. Niet om hen te veranderen — maar om van hen te leren. Als je analytisch bent, let op hoe creatieve denkers probleem definiëren. Als je creatief bent, let op hoe analytische denkers informatie structureren.
Uiteindelijk is de beste denkstijl de stijl die past bij wat de situatie vraagt. Starheid in denkstijl — het vasthouden aan een enkele benadering ongeacht de context — is een zwakte. Flexibiliteit — het kunnen schakelen tussen stijlen, het kunnen combineren van stijlen — is een sterkte. En die flexibiliteit is ontwikkelbaar, voor iedereen die bereid is de moeite te nemen.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Dit artikel valt onder: Brein & Veerkracht > Denkprocessen Herkennen
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn