
Toen ik voor het eerst een groot project moest plannen, keek ik naar alle taken en deadlines en wist niet waar te beginnen. De toekomst voelde als een grote blur, ongrijpbaar en overweldigend. Pas later leerde ik dat plannen een denkvaardigheid is die je kunt ontwikkelen, en dat het brein specifieke mechanismen heeft voor het omgaan met toekomst.
Planning is het vermogen om toekomstige situaties in je brein te representeren en acties te organiseren om gewenste uitkomsten te bereiken. Het is een van de meest distinctief menselijke vermogens, en het onderliggende proces is fascinerend.
Dit artikel gaat over: Brein & Veerkracht
Hoe het brein de toekomst representeren
Het brein heeft een specifiek systeem voor het omgaan met toekomstige gebeurtenissen: het prospectief geheugen en het planningssysteem. Dit systeem stelt je in staat om je voor te stellen wat er in de toekomst zal gebeuren, om verwachtingen te vormen, om acties te plannen.
Dit is een actief proces, geen passieve waarneming. Wanneer je plant, creëer je een mentale representatie van een toekomstige situatie die nog niet bestaat. Je gebruikt hiervoor informatie uit het verleden, kennis over hoe de wereld werkt, en inschattingen over wat mogelijk is.
Ik heb gemerkt dat mensen hier sterk in verschillen. Sommige mensen kunnen zich de toekomst levendig voorstellen, met veel detail en helderheid. Andere mensen hebben moeite om toekomstige situaties concreet te maken. Dit heeft invloed op hoe effectief ze kunnen plannen.
De tijdlijn in je brein
Tijd is een van de meest abstracte concepten die we moeten representeren. Toch heeft het brein een opvallend systematic Representation van tijd, van het huidige moment tot verre toekomst.
Het presentistisch bias is de neiging om het heden te überschatten ten opzichte van de toekomst. Dingen die in de toekomst gebeuren voelen minder real, minder important, minder dringend. Dit maakt het moeilijk om prioriteiten te stellen voor toekomstige doelen.
Een aanpak die helpt is om toekomstige momenten meer concreet te maken. In plaats van te denken aan “over een maand”, denk je aan “over een maand, op een dinsdagochtend, in mijn kantoor”. Dit maakt het toekomstige moment meer levendig en daardoor meer urgent.
Je brein gebruikt dezelfde mechanismen voor het verwerken van informatie als voor het plannen van de toekomst. Beide gaan over het representeren van dingen die nog niet bestaan.
Doelen en subdoelen
Plannen begint met doelen. Een doel is een representatie van een gewenste toekomstige uitkomst. Wanneer je een doel hebt, kun je gaan plannen hoe dit doel te bereiken.
Grote doelen moeten worden opgedeeld in subdoelen. Dit proces wordt subgoal decomposition genoemd. Een groot doel voelt overweldigend; door het op te delen in kleinere stappen wordt het behapbaarder.
De kunst is om subdoelen te maken die uitvoerbaar zijn maar ook uitdagend. Te makkelijke subdoelen leiden niet tot groei; te moeilijke subdoelen leiden tot frustratie. De balans vind je door te experimenteren en bij te stellen.
Plan representatie
Plannen worden gerepresenteerd als sequenties van acties die tot doelen leiden. Dit is een formscript: een mentaal script voor toekomstig gedrag. Scripts zijn cognitieve structuren die ordening aanbrengen in hoe we toekomstige situaties voorstellen.
Wanneer je een plan maakt, creëer je een intern verhaal over wat er zal gebeuren. Dit verhaal kan meer of minder gedetailleerd zijn, meer of minder concreet, meer of minder waarschijnlijk. De kwaliteit van het plan hangt af van de kwaliteit van dit interne verhaal.
Ik heb geleerd dat plannen niet gaat over het exact voorspellen van de toekomst. Het gaat om het verkennen van mogelijkheden, het afwegen van opties, het voorbereiden op onzekerheid. Een goed plan is geen blauwdruk; het is een kompas dat richting geeft terwijl je onderweg bent.
Plannen is eigenlijk een vorm van probleemoplossing, toegepast op toekomstige situaties in plaats van huidige problemen.
Intentionele actie
Plannen leidt tot intentionele actie. Intentionele actie is gedrag dat gericht is op het bereiken van een doel, gedrag dat voortkomt uit een mentaal voornemen. Dit is wat onderscheidt geplande actie van reflexieve of automatische actie.
Intentionele actie vereist dat je je doelen activeert in je werkgeheugen. Wanneer je bezig bent met alledaagse taken, kan het zijn dat je doelen niet actief zijn, waardoor je kunt afwijken van je oorspronkelijke plan. Dit is waar reminders en checkpoints nuttig zijn. Metacognitie helpt je om je eigen planningsprocessen te evalueren en verbeteren.
Het vermogen om intenties te behouden terwijl je andere dingen doet, wordt prospectief geheugen genoemd. Dit is een van de meest cruciale maar ook meest falende aspecten van planning. We zijn vaak goed in het maken van plannen, maar slecht in het eraan vasthouden.
Omgaan met onzekerheid
Plannen onder onzekerheid is een van de grootste uitdagingen. De toekomst is onbekend, en elk plan wordt gemaakt op basis van aannames over hoe dingen zullen gaan. Wanneer deze aannames niet uitkomen, moet het plan worden aangepast.
Een aanpak is om te plannen voor meerdere scenario’s. In plaats van te vertrouwen op één specifiek verloop, bereid je je voor op verschillende mogelijkheden. Dit geeft flexibiliteit en vermindert de impact van verrassingen.
Another approach is om te werken met contingency plans. Voor de belangrijkste risico’s in je plan bereid je een alternatief voor. Dit betekent niet dat je alles kunt voorzien, maar het helpt om sneller te kunnen schakelen wanneer dingen anders lopen dan verwacht.
Plannen en cognitieve belasting
Plannen kost cognitieve resources. Hoe meer complex het plan, hoe meer resources het kost. Dit is de reden waarom planning onder druk vaak slecht gaat — de cognitieve belasting van stress verlaagt de capaciteit voor planning.
Er zijn technieken om planning efficienter te maken. Expliciet maken van plannen, door ze op te schrijven, vermindert de cognitieve belasting. Het outsourcen van de opslag van plannen naar extern systemen (agenda’s, toolen, notities) free up cognitive resources voor de daadwerkelijke uitvoering.
Ik heb geleerd dat het nuttig is om planning te zien als een investering. De tijd die je investeert in plannen betaalt zich terug in efficiëntere uitvoering, minder verrassingen, betere resultaten. Maar de investering moet in verhouding staan tot de taak: voor kleine taken volstaan simpele plannen.
Plannen verbeteren
Plannen is een vaardigheid die je kunt verbeteren. Hier zijn enkele principes die ik leerzaam vind:
Ten eerste: begin met het eind voor ogen. Wat is de gewenste uitkomst? Wat is het succes-criterium? Door dit eerst helder te hebben, kun je betere plannen maken voor hoe dit te bereiken.
Ten tweede: werk backward van het doel. Begin bij het eind en werk stap voor stap terug naar het heden. Dit helpt om de juiste stappen te identificeren.
Ten derde: wees realistisch over tijd. Onze inschattingen van hoe lang dingen duren zijn vaak te optimistisch. Leer van je historische planning en neem een buffer voor onvoorziene omstandigheden.
Ten vierde: plan de eerstvolgende stap, niet alle stappen. Te veel detail over verre toekomst is vaak niet nuttig omdat de omstandigheden zullen veranderen. Focus op de eerstvolgende concrete actie.
Dit artikel valt onder: Brein & Veerkracht
Bronnen bij dit artikel:
Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Farrar, Straus and Giroux.
Clark, A. (2013). Surfing Uncertainty. Oxford University Press.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn