
Het is een situatie die ik vaker heb meegemaakt dan me lief is. Een vertegenwoordiger van een gemeente zit aan de onderhandelingstafel met het COA, tekent een overeenkomst voor een DGO-locatie, en heeft op dat moment geen volledig beeld van wat er werkelijk op hen afkomt. Geen kwaadwilligheid, geen onwil — gewoon een gebrek aan kennis over hoe de processen in elkaar zitten.
En dat is begrijpelijk. De overgang van TGO (Tijdelijke Grootschalige Opvang) naar DGO (Duurzame Grootschalige Opvang) is complex. Het raakt aan wetgeving, financiën, vastgoed, zorgplicht, veiligheid en gemeentelijke organisatie. Een wethouder of ambtenaar die dit niet dagelijks doet, kan niet verwachten dat hij of zij alle ins en outs kent. Maar het probleem ontstaat wanneer die kennis ontbreekt op het moment dat er getekend wordt.
Wat er verandert bij TGO naar DGO
Bij een TGO locatie draait het om snelheid en capaciteit. Het COA neemt het operationele voortouw, de structuren zijn flexibel, en de verantwoordelijkheden zijn deels gebundeld bij het COA zelf. Maar bij een DGO is dat anders. De locatie wordt duurzaam, de gemeenten krijgen een andere rol, en de overeenkomsten die worden gesloten hebben langetermijnconsequenties.
Wat ik heb gezien is dat gemeenten bij die overgang vaak niet volledig overzien wat er allemaal wijzigt:
- Verantwoordelijkheden: Bij DGO draait de regie deels terug naar de gemeenten. Wat betekent dat voor de dagelijkse aansturing, voor de contacten met bewoners, voor de afstemming met zorgpartijen?
- Financiën: De kostendeling tussen COA en gemeenten wijzigt. Welke financiële verplichtingen aangaan gemeenten precies bij ondertekening?
- Vastgoed: Bij TGO is het pand vaak tijdelijk. Bij DGO worden afspraken gemaakt over langdurige huisvesting. Wat zijn de consequenties?
- Personeel en aansturing: Hoe zit het met de medewerkers die op de locatie werken? Wie is werkgever, wie stuurt aan, wie is eindverantwoordelijk?
Dit zijn vragen die ik heb zien liggen. Niet bij kwelwillende ambtenaren, maar bij gemeenten die met de beste bedoelingen een overeenkomst tekenen zonder volledig te begrijpen wat ze aangaan.
Waarom gemeenten vaak niet weten waar ze voor tekenen
Het COA is geen obscure organisatie — het is een uitvoeringsorganisatie met expertise die velen kennen. Maar de complexiteit van opvangprocessen, van wetgeving, van de praktische invulling van DGO-locaties — dat is een wereldje op zich. En gemeenten zijn niet altijd toegerust om die complexiteit te doorgronden.
Wat ik heb meegemaakt: een wethouder tekent een DGO-overeenkomst, maar beseft later dat de financiële consequenties veel groter zijn dan voorzien. Of een ambtenaar die akkoord gaat met bepaalde locatie-eisen, maar niet doorhad dat die eisen strikt zijn en weinig flexibiliteit bieden bij de uitvoering. Of een gemeenteraad die achteraf hoort wat er is overeengekomen en vraagt: “Waarom hebben jullie dit getekend?”
Het probleem is niet dat gemeenten slechte onderhandelaars zijn. Het probleem is dat ze vaak niet weten wat de inzet van de onderhandeling is. Ze onderhandelen over een tekst, maar begrijpen niet wat die tekst betekent in de praktijk.
Onderhandelingsruimte die gemeenten laten liggen
Bij elke onderhandeling is er ruimte. Het COA is geen monolithische organisatie die onwrikbare standpunten inneemt — er is altijd ruimte voor maatwerk, voor afspraken die passen bij de lokale situatie, voor oplossingen die voor alle partijen werken.
Wat ik heb gemerkt is dat gemeenten die ruimte niet altijd benutten. Niet uit onwil, maar omdat ze niet weten wat ze kunnen vragen. Een voorbeeld:
Bij een DGO-overgang kunnen gemeenten invloed uitoefenen op de locatie-inrichting, op de dienstverlening aan bewoners, op de momenten waarop bepaalde beslissingen worden genomen. Maar ze weten vaak niet dat dit onderhandelbaar is, of ze durven het niet te vragen omdat ze denken dat het COA het wel zal weten.
Het COA is geen vijand in deze dynamiek. Het is een partner die werkt binnen bepaalde kaders. Maar die kaders zijn niet altijd even inflexibel als ze lijken. Er is ruimte voor maatwerk, voor lokale oplossingen, voor afspraken die aansluiten bij wat de gemeenten nodig hebben. Die ruimte moet je wel benoemen, aangeven, bevechten soms — en dat is een expertise die niet elke gemeentelijke onderhandelaar heeft.
Mijn rol: ondersteunen, niet inkoppen
Ik heb deze dynamiek van binnenuit gezien. Ik heb aan de kant van het COA gestaan, ik heb met gemeenten gewerkt, en ik heb gezien waar de misverstanden ontstaan. En ik heb besloten dat mijn rol niet is om het COA te bekritiseren, en niet om gemeenten te pointeren. Mijn rol is om beide kanten te ondersteunen.
Wat ik doe:
- Voor gemeenten: Ik help ze begrijpen waar ze voor tekenen. Ik leg uit wat de consequenties zijn, wat de mogelijkheden zijn, wat ze kunnen vragen. Ik zorg dat ze met kennis van zaken aan tafel komen.
- Voor het COA: Ik help ze begrijpen waar gemeenten tegenaan lopen. Ik vertaal de praktische situatie naar de bestuurlijke werkelijkheid, en zorg dat verwachtingen aan beide kanten realistisch zijn.
- Voor de samenwerking: Ik zorg dat beide partijen elkaar begrijpen. Dat de onderhandelingen niet eindigen in wantrouwen, maar in een werkrelatie die voor de komende jaren perspectief biedt.
Opvangcoördinatie is anders dan bemiddelen of “coachen” — het is gewoon praktische ondersteuning vanuit kennis van zaken. Iemand die de sector kent, die de processen begrijpt, en die beide kanten helpt om tot een goed resultaat te komen.
Wat gemeenten nu kunnen doen
Als je als municipality bezig bent met een TGO-naar-DGO overgang, of je bereidt je voor op onderhandelingen met het COA, dan zijn er een paar dingen die je nu al kunt doen:
1. Ken de basis van DGO. Wat verandert er precies bij de overgang? Wat zijn de verantwoordelijkheden van de gemeenten? Wat zijn de financiële implicaties? Er zijn handleidingen en informatiebronnen beschikbaar — gebruik ze.
2. Zorg dat je iemand aan tafel hebt die de sector kent. Dat hoeft geen externe consultant te zijn — maar het moet wel iemand zijn die verstand heeft van opvangprocessen, van COA, van wat een DGO inhoudt. Als die kennis er niet intern is, haal het er dan bij.
3. Wees niet bang om vragen te stellen. Het COA is gewend om met gemeenten te werken en begrijpt dat niet elke municipality dezelfde kennis heeft. Vragen stellen is geen teken van zwakte — het is een teken dat je de seriousheid neemt.
4. Onderhandel niet over tekst, maar over uitkomst. De vraag is niet “wat staat er in de overeenkomst” maar “wat willen we bereiken”. Als je de uitkomst helder hebt, kun je beoordelen of de tekst daarheen leidt.
Tot slot
De overgang van TGO naar DGO hoeft geen conflict te zijn tussen gemeenten en het COA. Het kan een samenwerking zijn waarin beide partijen hun rol pakken, waarin afspraken helder zijn, en waarin de bewoners de opvang krijgen die hen toekomt.
Maar dat vereist dat gemeenten weten waar ze voor tekenen. Dat ze de consequenties overzien. Dat ze de onderhandelingsruimte benutten die er is. En dat ze niet tekenen omdat het COA het voorstelt, maar omdat ze begrijpen wat ze aangaan.
Daar kan ik bij helpen. Niet als vertegenwoordiger van de ene of de andere kant, maar als iemand die de sector kent, die beide kanten begrijpt, en die wil dat de samenwerking werkt.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek en praktijkervaring. Genoemde bronnen worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Dit artikel valt onder: Crisis & Humanitair > Opvang Coördinatie
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn