
Optimisme wordt vaak gezien als een karaktertrek – je bent het of je bent het niet. Maar neurowetenschappelijk onderzoek vertelt een ander verhaal. Optimisme is deels een biologische toestand, verbonden met hoe specifieke hersengebieden functioneren. En die toestand kun je beïnvloeden.
Dat betekent niet dat optimisme een keuze is – het is genuanceerder. Maar het betekent wel dat er mechanismen zijn die je kunt trainen, net als elke andere vaardigheid.
Het optimisme-circuit in je brein
Onderzoek met fMRI-scans heeft specifieke hersengebieden geïdentificeerd die betrokken zijn bij optimistisch denken. De amygdala, betrokken bij emotionele verwerking, speelt een rol. De prefrontale cortex, betrokken bij toekomstplanning, speelt een andere. En het ventromediale prefrontale cortex – specifiek – is betrokken bij het genereren van positieve verwachtingen over de toekomst.
Bij optimistisch ingestelde mensen is er een karakteristiek patroon: hun prefrontale cortex toont meer activiteit bij het verwerken van positieve informatie over de toekomst, en hun amygdala reageert minder sterk op negatieve informatie. Dit suggereert dat optimisme niet neerkomt op het negeren van negatieve informatie, maar op het actief versterken van positieve verwachtingen.
Interessant genoeg kun je dit patroon beïnvloeden met training. Studies tonen dat mensen die regelmatig mediteren, een ander activiteitspatroon laten zien in deze gebieden. Hun optimisme-circuit is getraind.
Optimisme en immuunsysteem
Optimisme heeft meetbare effecten op het immuunsysteem. Studies tonen dat optimistisch ingestelde mensen betere immuunresponsen hebben op vaccinaties, en lagere niveaus van ontstekingsmarkers in het bloed.
Dit is niet alleen correlatie. Er zijn experimenten waarbij proefpersonen werden gevraagd om optimistisch te denken over de toekomst, waarna hun immuunfunctie werd gemeten. De groep die optimistisch had nagedacht, toonde een sterkere immuunrespons.
Het mechanisme hierachter gaat via de hypothalamus-hypofyse-bijnieras (HPA-as) en het sympathische zenuwstelsel. Deze systemen, die de stressrespons reguleren, beïnvloeden ook het immuunsysteem. Een optimistische blik op de toekomst kan de stressrespons temperen, wat weer het immuunsysteem ten goede komt.
De donkere kant van ongegrond optimisme
Optimisme is niet per se altijd goed. Er is zoiets als overdreven optimisme, dat kan leiden tot roekeloosheid of slechte beslissingen. “Het komt wel goed” kan een validatie worden om je niet voor te bereiden op tegenslag.
Het gaat erom een realistische vorm van optimisme te ontwikkelen: de overtuiging dat dingen goed kunnen aflopen, gecombineerd met de bereidheid om daarvoor te werken. Dit wordt wel flexibel optimisme genoemd – optimisme dat zich kan aanpassen aan nieuwe informatie, zonder direct in pessimisme te vervallen.
Studies naar dispositional optimism – een algemene neiging tot optimisme – tonen aan dat degenen die het meest optimistisch zijn, vaak ook het meest betrokken zijn bij hun eigen lot. Ze verwachten dat dingen goed gaan, maar ze nemen ook actie om dat voor elkaar te krijgen.
Optimisme trainen
Als optimisme deels een biologische toestand is, kun je die dan trainen? Onderzoek suggereert van wel:
- Cognitive-behavioral therapy: CBT richt zich op het veranderen van disfunctionele gedachtepatronen, inclusief pessimistische interpretaties van gebeurtenissen. Studies tonen aan dat CBT niet alleen de stemming verbetert, maar ook de hersenactiviteit kan veranderen.
- Gratitude journaling: Dagelijks opschrijven waarvoor je dankbaar bent, is in verband gebracht met verhoogde activiteit in het beloningscircuit van het brein. Dit is een eenvoudige interventie die de basis legt voor een optimistischere blik.
- Visualisatie: Zichzelf voorstellen dat dingen goed aflopen, activeert dezelfde hersengebieden als wanneer je je daadwerkelijk positieve ervaringen herinnert. Dit suggereert dat visualisatie een krachtige manier kan zijn om het optimisme-circuit te trainen.
- Best mogelijke zelf: Een oefening waarbij je je toekomstige beste zelf visualiseert, is in studies gebruikt als interventie voor motivatie en welzijn. Door regelmatig te visualiseren wie je zou kunnen worden, activeer je het optimisme-circuit.
Depressie en pessimisme zijn vaak??? – pessimisme kan leiden tot depressie, en depressie kan pessimisme versterken. Wie eenmaal in een pessimistische denkpatroon zit, vindt het moeilijk om eruit te komen. Maar optimisme is ook besmettelijk: wie omgaat met optimistische mensen, neemt eerder hun perspectief over.
Dit is de kracht van sociale omgeving: je brein is plastisch genoeg om te worden beïnvloed door de mensen om je heen. Omring jezelf met optimisten, en je eigen optimisme krijgt een boost.
Optimisme en levensverwachting
Studies tonen een opvallend verband tussen optimisme en levensverwachting. Mensen die aan het optimistische einde van de schaal zitten, hebben een significant langere levensverwachting dan pessimisten. Eén meta-analyse toonde dat optimisten ongeveer 15% langer leefden dan pessimisten.
Dit verband blijft bestaan after controlling for allerlei factoren – gezondheidsgedrag, sociale status, bestaande ziektes. Dit suggereert dat optimisme zelf een onafhankelijke voorspeller is van gezondheid en levensduur, niet alleen een bijproduct van gezond leven.
De mechanismen hierachter zijn waarschijnlijk divers: betere immuunfunctie, lagere ontstekingsniveaus, betere cardiovasculaire gezondheid, en meer gezondheidsgerelateerd gedrag.
Studies tonen ook dat optimisme een buffer vormt tegen de effecten van stress. Wie optimistisch is, ervaart dezelfde stressor als minder stressvol omdat hun brein de gebeurtenis anders interpreteert. Een bedreigende situatie wordt een uitdaging. Een onmogelijke taak wordt een kans. Deze herwaardering is niet alleen psychologisch – het weerspiegelt zich in hersenactiviteit en hormoonspiegels.
Dit is de biologische basis van veerkracht: niet de afwezigheid van stress, maar het vermogen om het te herinterpreteren op een manier die de impact vermindert.
Wat ik meegeef
Ik heb altijd de neiging gehad om optimistisch te zijn. Maar ik heb ook periodes gehad waarin dat optimisme hard werd geraakt – door tegenslag, verlies, teleurstelling. En wat ik toen leerde: optimisme is een spier. Hij kan worden getraind, maar ook verzwakken als je hem niet gebruikt.
Na een moeilijke periode begon ik elke ochtend op te schrijven waarvoor ik dankbaar was. Het voelde gekunsteld, bijna ridicule. Maar na een paar weken merkte ik dat mijn blik op de dag anders was – meer gericht op mogelijkheden dan op beperkingen.
Dus als je merkt dat pessimisme de overhand heeft: dat is een biologische toestand, niet wie je bent. En het is er een die je kunt veranderen, mits je bereid bent er werk van te maken. Optimisme is dus niet alleen een gevoel – het is een fysieke toestand die je kunt trainen, net als elke andere vaardigheid.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Dit artikel valt onder: Brein & Veerkracht > Veerkracht & Hersenen
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn