
Op een locatie waar ik werkte waren twee groepen bewoners. De eerste groep zat in een kortdurende noodopvang: mensen die net waren aangekomen, vaak uitgeput, in shock, zonder enige helderheid over wat er met hen zou gebeuren. De tweede groep zat in de reguliere asielprocedure: zij wisten waar ze aan toe waren, hadden een status of een procedure, maar werden geconfronteerd met een lange wachttijd en onzekerheid over hun toekomst. Hoe moest ik met beide groepen werken, terwijl hun realiteit fenamenteel verschillend was? Lees meer over dit thema. Lees meer over opvang coordinatie.
Dit is een van de paradoxen van opvangcoordinatie: de mensen die het meest onder druk staan zijn niet altijd degenen met de meeste aandacht, omdat de urgentie van de situatie andere prioriteiten stelt. En degenen die ogenschijnlijk stabiel zijn — in een procedure — kunnen stilletjes vastlopen in een psychologisch proces dat niemand ziet.
Dit artikel gaat over: Opvang Coördinatie
Het fenamentele verschil tussen noodopvang en asielprocedure is tijdsbeleving. In noodopvang is de tijd onduidelijk: het kan dagen duren, weken, soms langer. Er is geen houvast, geen planning, geen toekomstperspectief. Dit creëert een psychologische staat die je zou kunnen omschrijven als permanente aanwezigheid — het brein kan niet vooruit omdat er geen houvast is om naar uit te kijken.
In de asielprocedure is er juist tijd, maar een andere kwaliteit van tijd: de wachttijd. Dit is tijd die traag voorbijgaat, tijd die gevuld is met onzekerheid, tijd waarin je niets kunt doen om de uitkomst te beïnvloeden. Onderzoek naar chronische stress toont aan dat het hebben van geen controle over de uitkomst een van de meest belastende factoren is voor het welzijn. En precies dat is de situatie van iemand in een asielprocedure.
In mijn werk merkte ik dat de psychologische behoeften van beide groepen radicaal verschillend waren. Mensen in noodopvang hadden behoefte aan stabiliteit en informatie — wie ben ik, waar ben ik, wat gebeurt er met mij. Mensen in de asielprocedure hadden behoefte aan geduld en ondersteuning bij het omgaan met onzekerheid — hun stress was niet acuut maar chronisch, niet extern maar intern verwerkt.
De psychologie van tijdelijkheid
Mensen in noodopvang leven in een staat van tijdelijkheid die nooit lijkt te eindigen. Zij hebben geen thuis, geen bezittingen, geen sociale kring. Alles om hen heen herinnert hen eraan dat dit niet hun leven is maar een onderbreking. Dit heeft een desorganiserend effect op identiteit en welzijn. Het is moeilijk om jezelf te zijn wanneer je nergens permanent bent.
Dit manifesteert zich op manieren die je als coördinator direct tegenkomt. Mensen in noodopvang zijn sneller geneigd tot escalatie, tot het innemen van extreme posities, tot het zoeken naar houvast in een situatie die geen houvast biedt. Dit is geen karakterzwakte — het is een rationele reactie op een irrationele situatie.
Voor de asielprocedure geldt een ander mechanisme. De persoon heeft meer zekerheid over de procedure, maar die zekerheid is ook een bron van probleemen. Zonder uitzicht op verandering, zonder iets om naartoe te werken, kan de wachttijd leiden tot een proces van stilstand dat depressief kan worden. Dit is het fenomeen dat onderzoekers beschrijven als learned helplessness — het gevoel dat eigen acties geen invloed hebben op de uitkomst.
Wat dit betekent voor coördinatoren
Als coördinator werk je met beide groepen en de overgangen daartussen. De kunst is om te herkennen met welke psychologische staat je te maken hebt en je aanpak daarop aan te passen. Bij mensen in noodopvang is de prioriteit het bieden van stabiliteit, structuur, en informatie. Bij mensen in een asielprocedure is de prioriteit het ondersteunen van hun eigen regie — hen helpen om activiteiten te vinden die hun tijdsbeleving zinvol maken.
In de praktijk betekent dit dat je als coördinator soms meer aandacht moet geven aan de stillevende asielprocedure-bewoner dan aan de urgente noodopvang-bewoner. De urgentie vraagt om actie, maar de stilte kan verraderlijker zijn. Dit is tegenintuïtief voor veel coordinators die in de hectiek van het werk geneigd zijn om te focussen op wat lawaai maakt in plaats van wat stilzwijgt.
Ik heb meegemaakt dat ik wekenlang niet had gesproken met een bewoner in de asielprocedure, terwijl ik dagelijks sprak met bewoners in noodopvang. Toen ik eindelijk tijd had om met die bewoner te praten, bleek hij in een diepe depressie te zijn beland waar niemand oog voor had gehad. De les die ik leerde: als coördinator moet je bewust tijd maken voor de stille groep, niet alleen voor de urgente groep.
Overgangen begeleiden
De overgang van noodopvang naar asielprocedure is een kritisch moment. Voor veel bewoners is dit een moment van opluchting — er is een procedure, er is een toekomst. Maar het is ook een moment van confrontatie met de realiteit van die procedure: de wachttijd, de onzekerheid, het gebrek aan controle. Als coördinator is het belangrijk om deze overgang actief te begeleiden, niet alleen administratief maar ook emotioneel.
Dit betekent dat je de verwachtingen beheert vanaf het eerste moment. Vertellen dat de procedure jaren kan duren is moeilijk, maar het voorkomt latere teleurstelling die erger is. Vertellen dat er een toekomst is maar niet bepalen wat die toekomst is, is eerlijker dan het laten van valse hoop.
De consequenties van deze psychologische dynamiek reiken verder dan de individuele bewoner. Wanneer een hele groep bewoners in een wachttijd zit zonder zinvolle dagbesteding, ontstaat er een dynamiek die de hele locatie kan beïnvloeden. Dit is wat coordinators ervaren als de sfeer op een locatie die “zwaar” aanvoelt — niet omdat er incidenten zijn, maar omdat de collectieve tijdsbeleving van de groep stagnatie heeft bereikt. Het voorkomen van deze dynamiek vraagt om preventieve interventie, niet om reactieve maatregelen.
In mijn werk met COA en gemeenten merk ik dat de samenwerking tussen partijen niet altijd is toegerust op deze psychologische realiteit. Gemeenten focussen op hun taakstellingsgetallen en procedurele voortgang. COA focust op operationele aansturing en veiligheid. De psychologische ondersteuning van bewoners in wachttijd is een lacune die in de drukte van alle dag vaak wordt gemist. Terwijl het nu net de preventie is die verdere probleematiek kan voorkomen.
Opvangcoordinatie kent veel gedaantes. Opvangcoordinatie: Schakelen Tussen Werelden beschrijft hoe coördinatoren bewegen tussen verschillende werelden. Coördinatie Bij Asielcrises gaat over hoe gemeenten schakelen tussen piek en rust. En Bewonerscommunicatie: Hoe Je Heldere Informatie Geeft beschrijft hoe je als coördinator communicatie structureert in onzekere situaties.
Dit artikel valt onder: Opvang Coördinatie
Bronnen bij dit artikel:
Miller, W.R., & Rollnick, S. (2013). Motivational Interviewing: Helping People Change. Guilford Press.
Steger, M.F., & Kashdan, T.B. (2009). Importance of sense of belonging. American Journal of Orthopsychiatry, 79(1), 35-42.
Vanderbilt-Adriance, E., & Shaw, D.S. (2008). Psychopathology. In W. E. Craighead & D. J. Miklowitz (Eds.), Psychopathology. Wiley.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn