Crisis & Humanitair BM-018 bewoners-mens

Het moment van afscheid: waarom endings in sociaal werk zo zwaar zijn en toch noodzakelijk

6 minuten leestijd

Dit artikel gaat over: Bewoners & Mens

Het was de laatste dag. Over een paar uur zou ze vertrekken – naar een andere stad, een nieuw leven. Ik had haar twee jaar begeleid. Weken van gesprekken, momenten van crisis, doorbraken, terugvallen. En nu was het klaar.

Lees ook: meer over dit onderwerp

Gerelateerd: dit artikel zet het in perspectief

Ik voelde opluchting – dat ze er klaar voor was. Maar ook iets anders: verdriet. Niet alleen omdat ze wegging, maar omdat het einde van iets betekende dat ik moest loslaten. En dat is nooit makkelijk.

Wat endings doen met ons

In sociaal werk zijn endings een van de moeilijkste onderdelen van het werk. Niet omdat het betekent dat je faalt – vaak is een ending een teken dat iets gelukt is – maar omdat het emotionele banden sneeert die je in de loop van maanden hebt opgebouwd.

Ik heb geleerd dat endings een proces zijn, niet een moment. Er zijn de weken voorafgaand aan het einde, waarin je weet dat het gaat komen maar het nog niet echt voelt. Er is het einde zelf – de laatste ontmoeting, het afscheid. En er is de tijd erna, waarin je plek moet geven aan wat er is geweest.

Al deze fases zijn anders, en allemaal zijn ze moeilijk. Dit is geen zwakte – het is onderdeel van het werk. Maar het is wel iets waar je bewust mee moet omgaan.

Waarom het zo zwaar is

Endings zijn zwaar om een aantal redenen. Ten eerste: je investeert tijd en energie in iemand. Maanden van je aandacht, je empathie, je expertise – al die dingen gaan naar iemand die dan weggaat. Dat is een verlies, ook al is het een goed einde.

Ten tweede: je bouwt een band. In mijn werk met bewoners ontstaat er altijd iets – niet altijd vriendschap, maar wel een soort verbinding. Je kent hun verhaal, hun strijd, hun doorbraken. En wanneer ze weggaan, dan neem je dat verhaal met je mee, ook al zijn zij weg.

Ten derde: endings confronteren je met je eigen begrensdheid. Je kunt niet iedereen helpen, niet iedereen redden, niet voor altijd bij iemand zijn. Dit is iets waar ik als professional mee heb leren leven, maar het is nooit makkelijk.

In de opvang werk je met mensen die vaak al veel hebben verloren. Hun thuis, hun familie, hun identiteit. Wanneer ze bij ons komen, zijn ze kwetsbaar. En in die kwetsbaarheid ontstaat er iets – een band, een vertrouwensrelatie, een gevoel dat iemand om hen geeft. En wanneer ze vertrekken, dan vertrekt ook dat deel van hun steunsysteem. Het is onvermijdelijk – en toch zwaar.

Het verschil tussen persoonlijk en professioneel

Wat ik heb moeten leren is het onderscheid tussen persoonlijke betrokkenheid en professionele distantie. Dit is geen koude houding – het is een manier om te voorkomen dat het werk je consumeert. Het is een manier om te kunnen blijven doen wat je doet, ook na moeilijke endings.

Dit betekent niet dat je geen gevoelens mag hebben. Het betekent dat je een manier vindt om met die gevoelens om te gaan die het mogelijk maakt om door te gaan. Praktisch: dat betekent dat je niet elk verhaal met je meedraagt, maar dat je een manier vindt om ze een plek te geven.

Ik heb geleerd om endings te markeren. Een laatste gesprek, een formeel afscheid, een moment van erkenning voor wat iemand heeft bereikt. Dit geeft niet alleen de bewoner een gevoel van afronding, maar het helpt mij ook om het proces te accepteren.

En ik heb geleerd om te praten over endings met collegas. Niet om te klagen, maar om te verwerken. Dit is een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd: praat over de moeilijke dingen. Laat het er niet in zitten.

Wat endings zeggen over het werk

Endings zijn ook een graadmeter voor het werk dat je doet. Een goed einde – iemand die vertrekt met een plan, met perspectief, met een gevoel van eigen regie – dat is het doel. Soms lukt dat, soms niet. Maar het idee dat iemand na maanden begeleiding sterker vertrekt dan ze binnenkwam, dat is waarom ik dit werk doe.

En toch, zelfs wanneer het einde goed is, voel je wat. Je bent niet een machine die even een bewoner behandelt en dan doorschakelt. Je bent een mens die met andere mensen werkt. En dat betekent dat endings iets met je doen.

Ik denk dat dit ok is. Dat het zelfs noodzakelijk is. Als je geen gevoelens had bij endings, dan was er iets mis met hoe je betrokken bent. Het gaat er niet om dat je geen emoties hebt – het gaat erom dat je leert om ze een plek te geven zonder dat ze je werk beginnen te beheersen.

Hoe je endings een plek geeft

Wat ik heb geleerd over het omgaan met endings:

Neem de tijd voor een goed afscheid. Dit is geen luxe – het is onderdeel van het werk. Neem het moment om terug te kijken, om te vieren wat is bereikt, om goedendag te zeggen.

Praat erover. Met collegas, met je supervisor, met wie dan ook. Het is belangrijk om te verwerken, niet om het in jezelf te houden.

Herken de signalen van overbelasting. Als je merkt dat je een heel traject met je meedraagt, dat je slaapprobleemen hebt, dat je piekert – dan is dat een teken dat je meer ondersteuning nodig hebt. Dat is geen schande – het is zelfzorg.

Herinner jezelf aan wat je werk betekent. Endings zijn zwaar, maar ze zijn ook een teken dat iets is afgerond. Dat iemand verder is gegaan. Dat jij hebt bijgedragen aan iemands verhaal. Dat is iets om trots op te zijn.

De kunst van loslaten

Endings zijn uiteindelijk een les in loslaten. Niet alleen het loslaten van de persoon die vertrekt, maar ook het loslaten van de verwachting dat je iedereen kunt helpen, dat je altijd beschikbaar kunt zijn, dat het werk nooit zwaar is. Het is een les in begrensdheid – en in de kracht die het kost om die begrensdheid te accepteren.

En toch, ondanks alles, zou ik dit werk niet willen missen. De endings zijn zwaar, maar de verbindingen zijn het waard. En elke keer dat iemand vertrekt met een gevoel van hoop, van eigen regie, van etwas bereikt te hebben – dan weet ik waarom ik dit doe.

Dit artikel valt onder: Bewoners & Mens


Tot slot

Besluitvorming is een van de meest fundamentele vaardigheden als leider. En het begint bij het begrijpen van hoe je brein werkt – inclusief de rol van slaap. Door te investeren in je slaap, investeer je in betere beslissingen, in meer veerkracht, in een helderder hoofd. En dat is uiteindelijk wat goed leiderschap vraagt.

Bronnen bij dit artikel:
Dit artikel is gebaseerd op praktijkervaring en persoonlijke inzichten van Sertel Ortac, coördinator hulpverlening opvanglocaties regio Zeeland-West-Brabant.

De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.

Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.

Volg op LinkedIn
Deze blog is onderdeel van: bewoners-mens →

Klaar om te praten?

Herken je de uitdagingen uit deze blog in je eigen organisatie? Laten we bespreken hoe ik kan helpen.

Plan een gratis gesprek →