Brein & Veerkracht BV-025 Besluitvorming

Planning Fallacy: Waarom Je Hersenen Altijd Onderschatten Hoe Lang Iets Duurt

8 minuten leestijd

Een team schat dat een project drie maanden zal duren. Het wordt er zes. Niemand had dit zien aankomen, maar achteraf keken mensen elkaar aan met de blik van: had je dit niet kunnen weten? Dit is de planning fallacy – de neiging om projecten en taken systematisch te onderschatten in tijd, kosten en complexiteit. Het is geen toeval dat dit zo vaak voorkomt: het zit diep in onze neurale architectuur.

Dit artikel gaat over: Besluitvorming

De planning fallacy werd voor het eerst beschreven door Daniel Kahneman en Amos Tversky in 1979. In hun onderzoek vroegen ze aan mensen om te schatten hoe lang een taak zou duren, en tegelijk hoe lang vergelijkbare taken in het verleden hadden geduurd. De resultaten waren opvallend: mensen overschatten systematisch wat ze in de toekomst zouden bereiken, terwijl ze realistischer waren over wat anderen hadden bereikt in het verleden.

Waarom Onze Hersenen Onderschatten

De belangrijkste reden voor planning fallacy is dat wedenken vanuit het optimistische scenario, niet vanuit het waarschijnlijke. Wanneer je een project plant, stel je je voor dat alles soepel verloopt – dat je de tijd hebt die je nodig hebt, dat de middelen beschikbaar zijn, dat de omstandigheden meezitten. Dit is begrijpelijk: je brein probeert een positief beeld te creëren om motivatie te genereren.

Maar in de praktijk verloopt bijna nooit alles soepel. De amygdala, die waarschuwt voor risico’s, wordt vaak overruled door het beloningssysteem dat zegt “dit kan wel.” Dit is geen gebrek aan intelligentie – het is een functionele eigenschap van het brein dat probleemoplossing en creativiteit mogelijk maakt. Je kunt geen innovatief project starten als je alleen maar denkt aan alles wat mis kan gaan.

In mijn werk als coördinator zie ik de planning fallacy regelmatig. Nieuwe locaties worden geopend met verwachtingen die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Trainingen worden gepland met een tijdsbestek dat te krap is voor echte implementatie. Collega’s nemen taken aan op basis van hoe lang het zou moeten duren, niet hoe lang het daadwerkelijk duurt. Dit leidt tot stress, Teleurstelling en een gevoel van falen dat niet eerlijk is – omdat niemand echt faliekant was, maar het systeem simpelweg niet klopte.

De Vooringenomenheid Van Binnenuit Vs Buitenuit

Een interessante bevinding in onderzoek naar planning fallacy is het verschil tussen inside view en outside view. De inside view is wat je hebt wanneer je een specifiek project plant – je kijkt naar de details, de stappen, de inspanning die het kost. De outside view is wat je hebt wanneer je kijkt naar vergelijkbare projecten die zijn uitgevoerd in het verleden. Mensen die de inside view gebruiken onderschatten consistent; mensen die de outside view gebruiken zijn realistischer.

Dit heeft belangrijke implicaties voor hoe we projecten plannen. Als je alleen naar binnen kijkt, negeer je de informatie die beschikbaar is in de statistieken van vergelijkbare projecten. Je negeert de historische data die zou kunnen zeggen: “Dit duurde gemiddeld drie keer zo lang als gepland.” Dit is niet because mensen niet slim genoeg zijn om dit te begrijpen, maar omdat hun brein gefocused is op het specifieke project, niet op de algemene patronen.

In crisismanagement is dit bijzonder relevant. Wanneer een nieuwe opvanglocatie wordt geopend, is de neiging om te plannen op basis van het ideale scenario. We verwachten dat we de stappen soepel kunnen doorlopen, dat de processen werken zoals ze zouden moeten, dat de mensen gemotiveerd blijven. Maar de historische data van vergelijkbare locaties vertelt een ander verhaal: er zijn altijd vertragingen, tegenslagen, onvoorziene probleemen. Wie alleen naar binnen kijkt, ziet die realiteit niet.

Hoe Planningsfouten Ontstaan En Doorwerken

De planning fallacy manifesteert zich op verschillende manieren. De eerste is scope creep – het beginnen met een kleine inschatting en het geleidelijk uitbreiden van de verwachtingen naarmate het project vordert. Dit begint onschuldig: “We voegen nog een kleine feature toe” en wordt uiteindelijk een project dat twee keer zo groot is als gepland, zonder dat iemand dit bewust heeft besloten.

De tweede manifestatie is het optimist bias in tijdschattingen. Studies tonen aan dat ongeveer 80 procent van de mensen denkt dat ze tot de beste 20 procent behoren in termen van prestaties. Dit betekent dat de meeste mensen denken dat ze sneller werken dan gemiddeld – wat onmogelijk is voor 80 procent van de mensen om waar te zijn. Dit collectieve optimisme leidt tot systematische onderschatting van hoe lang dingen echt duren.

De derde manifestatie is het negeren van risico’s. Wanneer je een plan maakt, is de neiging om alleen na te denken over wat je moet doen om het doel te bereiken, niet over wat er mis zou kunnen gaan. Dit is een vorm van tunneldenken die ervoor zorgt dat risico’s niet worden meegenomen in de oorspronkelijke planning. Achteraf worden deze risico’s dan als verrassingen ervaren, terwijl ze vaak voorspelbaar waren geweest als iemand er bewust over had nagedacht.

Structuren Die Helpen Om Beter Te Plannen

Er zijn bewezen strategieën om de impact van planning fallacy te verminderen. De eerste is het gebruiken van referentieklassen – het systematisch kijken naar hoe lang vergelijkbare projecten hebben geduurd in het verleden. In onze organisatie doen we dit door bij elke nieuwe locatie te kijken naar de historische data van de laatste tien locaties. Wat was de gemiddelde doorlooptijd? Welke factoren veroorzaakten vertragingen? Dit geeft een veel realistischer beeld dan alleen naar het huidige project te kijken.

De tweede strategie is het opsplitsen van taken in kleinere eenheden. Hoe gedetailleerder je een project opsplitst, hoe accurater de tijdschatting wordt. Dit komt because elk klein onderdeel makkelijker is om te schatten dan het totale project. Je kunt beter inschatten hoe lang het duurt om een specifieke werkstroom te implementeren dan hoe lang het duurt om “een nieuwe locatie operationeel te krijgen.” De granulatie dwingt je brein om concreet te worden.

De derde strategie is het expliciet benoemen van risico’s en het toevoegen van een buffer voor onvoorziene omstandigheden. Dit hoeft geen grote buffer te zijn – onderzoek suggereert dat een standaard toeslag van 20 procent boven op je inside view schatting al een significant verschil maakt in de accuratesse. Je brein wilt dit niet graag toegeven, maar het is een van de meest effectieve interventies die er zijn.

Het Emotionele Aspect Van Planningsfouten

Planningsfouten hebben een emotioneel aspect dat vaak wordt onderschat. Wanneer je een project plant en het duurt langer dan gepland, ervaar je dit als een persoonlijk falen – ook al is het een standaard patroon dat bijna iedereen overkomt. Dit komt because je je identiteit verbindt met de planning: “Ik ben iemand die zijn werk goed plant.” Wanneer de planning niet klopt, voelt het alsof je identiteit wordt bedreigd.

Dit emotioneel aspect maakt het moeilijk om leerprocessen te doorlopen na planningsfouten. Mensen willen hun fouten rationaliseren of externaliseren in plaats van ze te analyseren. “Het was een onverwachte situatie” of “De omstandigheden waren anders dan ik dacht” zijn veelvoorkomende reacties. Maar deze rationalisaties voorkomen dat je leert hoe je toekomstige projecten beter kunt plannen.

Ik heb geleerd om dit emotioneel aspect te erkennen maar niet te laten stoppen. Na elke planningsoefening vraag ik mezelf af: “Was mijn schatting realistisch? Wat had ik anders kunnen doen?” Dit is geen oefening in zelfkritiek – het is een oefening in leren. De planning fallacy is geen karakterzwakte, het is een neurale neiging. De vraag is niet of je het kunt voorkomen, maar of je structuren kunt bouwen die helpen om dichter bij de werkelijkheid te komen.

Het vermogen om realistisch te plannen is een van de meest waardevolle vaardigheden die je als professional kunt ontwikkelen. Het vereist dat je je brein niet blind vertrouwt, maar het corrigeert met data, historie en structurele methodes. Het vereist ook dat je comfortabel wordt met het toegeven van onzekerheid – het zeggen van “ik weet niet precies hoe lang dit duurt” is geen zwakte, het is een realistische inschatting van wat je kunt weten. In een wereld vol onzekerheid is dat een kracht.

Ankerpunten in besluitvorming: hoe je hersenen referentiepunten gebruiken onder druk.

Sunk cost fallacy: waarom je brein vasthoudt aan foute beslissingen.

Confirmation bias: waarom je hersenen zoeken naar bewijs dat je al gelooft.


Bronnen bij dit artikel:
Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Farrar, Straus and Giroux.
Buehler, R., Griffin, D., & Ross, M. (1994). “Exploring the ‘Planning Fallacy’: Why People Underestimate Their Task Completion Times”. Journal of Personality and Social Psychology, 67(3), 366-381.
Lovallo, D., & Kahneman, D. (2003). “Delusions of Success”. Harvard Business Review, 81(7), 56-63.

De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.

Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.

Volg op LinkedIn
Deze blog is onderdeel van: Besluitvorming →

Klaar om te praten?

Herken je de uitdagingen uit deze blog in je eigen organisatie? Laten we bespreken hoe ik kan helpen.

Plan een gratis gesprek →