
Er was een bewoner die mij elke dag aansprak met dezelfde vraag, een vraag waar ik op den duur moe van werd, een vraag die ik allang had beantwoord, een vraag waarvan ik vond dat hij de vraag zelf zou kunnen beantwoorden. En op een dag, toen ik op het punt stond om weer te antwoorden, besefte ik dat ik hem elk antwoord had gegeven behalve hetgene dat hij werkelijk nodig had: de bevestiging dat hij het zelf kon, dat ik niet meer nodig was, dat het tijd was om zijn eigen verantwoordelijkheid te pakken. En wat ik toen leerde was dat goede begeleiding niet gaat om het geven van antwoorden maar om het helpen van mensen om hun eigen antwoorden te vinden, en dat dit soms betekent dat je moet stoppen met helpen op het moment dat helpen het probleem wordt.
Het spanningsveld tussen begeleiden en loslaten is een van de meest fundamentele dilemmas in het werk met bewoners. Aan de ene kant zijn er mensen die kwetsbaar zijn, die hulp nodig hebben, die er niet in slagen om zelfstandig te functioneren zonder ondersteuning. Aan de andere kant is er de kennis dat te veel ondersteuning kan leiden tot afhankelijkheid, dat mensen die te veel worden geholpen niet leren om het zelf te doen, dat goede hulp tijdelijk moet zijn en moet leiden tot zelfstandigheid. En in dit spanningsveld moeten we dagelijks navigeren, moeten we keuzes maken over hoeveel te helpen en hoeveel over te laten, en is het niet altijd duidelijk wat de juiste balans is.
Dit artikel gaat over:
- Waarom goede begeleiding tijdelijk moet zijn en gericht op zelfstandigheid
- Wat het verschil is tussen ondersteunen en overnemen
- Hoe je de stap maakt van volledige begeleiding naar minder begeleiding
- Wat de valkuilen zijn van te snel loslaten en van te lang vasthouden
Waarom Goede Begeleiding Tijdelijk Moet Zijn
Het doel van begeleiding is niet om voor altijd iemands leven te runnen, het doel is om iemand in staat te stellen om zijn eigen leven te runnen. En dit klinkt voor de hand liggend, het is iets dat door vrijwel elke professional wordt onderschreven, en toch is het in de praktijk lastig om vast te houden, lastig om niet te vervallen in de dynamiek van afhankelijkheid waarin de bewoner steeds meer vraagt en de begeleider steeds meer geeft. En deze dynamiek is menselijk, herkenbaar, misschien zelfs onvermijdelijk in sommige gevallen, maar dat maakt het niet minder probleematisch, niet minder iets dat actief moet worden bewaakt.
Goede begeleiding is doelgericht, het heeft een eindpunt, het meet resultaten, het is niet eindeloos maar eindig. En aan het eind van de rit staat iemand die kan functioneren zonder de begeleiding, iemand die de vaardigheden heeft om zijn eigen leven te leiden, iemand die niet meer afhankelijk is van de instantie die hem heeft geholpen. En dit is het doel, dit is waar we naartoe werken, en het moet ook worden gecommuniceerd naar de bewoner, niet als een dreigement dat hij eruit wordt gegooid maar als een bevestiging dat hij het kan, dat hij toe werkt naar iets, dat de begeleiding een doel heeft dat bereikbaar is.
De vraag die je jezelf als begeleider moet stellen is niet hoe zorg ik dat deze bewoner alles krijgt wat hij nodig heeft, maar hoe zorg ik dat deze bewoner leert om het zelf te krijgen. En deze verschuiving in vraagstelling is fundamenteel, het verandert alles, het maakt dat je je begeleiding anders indeelt, dat je dingen die je eerst zelf deed nu samen doet, dat je dingen die je eerst samen deed nu alleen laat doen. En dit is een proces dat tijd kost, dat geduld vergt, dat niet altijd comfortabel is, zowel voor de bewoner als voor de begeleider. Maar het is wel het proces dat uiteindelijk leidt tot het doel dat we willen bereiken: iemand die voor zichzelf kan zorgen.
Het Verschil Tussen Ondersteunen En Overnemen
Ondersteunen betekent dat je naast iemand staat, dat je beschikbaar bent als dat nodig is, dat je helpt wanneer dat nodig is maar dat je niet overneemt wat de ander zelf kan. Overnemen is het tegenovergestelde: het doen van dingen die de ander zou kunnen doen, het beslissen over dingen die de ander zou kunnen beslissen, het wegnemen van verantwoordelijkheden die de ander zou moeten dragen. En het verschil tussen deze twee is soms lastig te zien, vooral wanneer overnemen goed bedoeld is, wanneer het gebeurt uit empathie of uit tijdsdruk of uit het verlangen om dingen voor elkaar te krijgen.
Een prakijkvoorbeeld: een bewoner die zijn administratie niet op orde heeft. Ondersteunen betekent dat je samen met hem naar de administratie kijkt, dat je hem helpt om een systeem op te zetten, dat je hem begeleidt bij het zelf doen van de taken. Overnemen betekent dat je het overneemt, dat je zelf de administratie gaat ordenen, dat je de bewoner bypasss en de taak zelf uitvoert. En de tweede optie is makkelijker, sneller, het levert minder frustratie op dan de eerste optie. Maar het lost het onderliggende probleem niet op, het pakt niet aan wat er aan de hand is, het leert de bewoner niet om het zelf te doen. En op den duur kan dit leiden tot een bewoner die afhankelijk is van begeleiders voor dingen die hij zelf zou moeten kunnen.
Het herkennen van dit verschil is een vaardigheid die moet worden getraind, die vereist dat je bij elke taak jezelf afvraagt wat het beste is voor de ontwikkeling van de bewoner, niet alleen voor het moment. En dit kost moeite, het kost tijd, het kost soms meer moeite dan gewoon overnemen. Maar op den duur is het de moeite waard, want het leidt tot iemand die voor zichzelf kan zorgen, die niet afhankelijk is van begeleiders, die de regie heeft over zijn eigen leven. En dat is uiteindelijk wat we willen bereiken.
De Stap Van Volledige Begeleiding Naar Minder Begeleiding
De overgang van volledige begeleiding naar minder begeleiding moet geleidelijk worden ingezet, het moet een proceso zijn dat voorzienbaar is voor de bewoner, dat hem de tijd geeft om te wennen, dat hem niet overvalt. En dit betekent dat je aan het begin alvast nadenkt over het einde, dat je het eindpunt in gedachten houdt bij het begin, dat je elke stap in de begeleiding ziet als een stap in de richting van dat eindpunt. En dit helpt om te voorkomen dat de begeleiding open-ended wordt, dat het een permanent iets wordt in plaats van een proces met een duidelijk begin en een duidelijk einde.
De concrete invulling van minder begeleiding kan verschillende vormen aannemen. Het kan betekenen dat je de bewoner Stimuleert om dingen zelf te doen die jij eerst samen deed, dat je aanwezig bent maar alleen als backup, als vangnet, als iemand die klaarstaat mocht het nodig zijn. Het kan betekenen dat je bepaalde taken volledig loslaat, dat je de bewoner de verantwoordelijkheid geeft en zelf alleen checkt of het goed is gegaan. Het kan betekenen dat je de frequentie van contact vermindert, dat je minder vaak bijeenkomt, dat je de bewoner meer eigen ruimte geeft. En al deze vormen zijn bedoeld om hetzelfde doel te bereiken: de bewoner steeds zelfstandiger maken, hem steeds meer verantwoordelijkheid geven voor zijn eigen leven.
Wat hierbij helpt is het stellen van concrete doelen, het meetbaar maken van wat we willen bereiken, het zichtbaar maken van de vooruitgang. Niet alleen het grote einddoel maar ook de kleinere tussendoelen die laten zien dat we op weg zijn, die de bewoner het gevoel geven dat hij vooruitgaat, dat hij niet stil staat. En door dit te doen, door de vooruitgang zichtbaar te maken, geef je zowel jezelf als de bewoner iets om naartoe te werken, een richting, een stip op de horizon die aangeeft waar we naartoe gaan.
De Valkuilen Van Te Snel Loslaten En Te Lang Vasthouden
Er zijn twee valkuilen in de begeleiding: de valkuil van het te snel loslaten en de valkuil van het te lang vasthouden. Te snel loslaten betekent dat je de bewoner een niveau van zelfstandigheid veronderstelt dat hij nog niet heeft, dat je taken overlaat die hij nog niet aankan, dat je hem laat vallen op een moment dat hij nog niet heeft geleerd om zelfstandig te functioneren. En de gevolgen hiervan kunnen groot zijn: terugval, verlies van motivatie, het gevoel dat hij heeft gefaald, het verlies van vertrouwen in zijn eigen capaciteit om vooruit te gaan.
Te lang vasthouden betekent dat je de bewoner helpt op een manier die hem afhankelijk maakt, die hem niet stimuleert om het zelf te doen, die hem in een positie houdt waarin hij niet hoeft te groeien. En de gevolgen hiervan zijn subtiel maar niet minder reeel: de bewoner went aan de ondersteuning, hij verwart het met zijn eigen capaciteit, hij ziet niet in dat hij meer kan dan wat hem wordt gevraagd. En op den duur kan dit leiden tot een bewoner die niet meer vooruitgaat, die stil staat in zijn ontwikkeling, die de potentie die erin zat nooit benut.
De balans tussen deze twee valkuilen vind je niet door een vaste regel te volgen maar door goede inschatting van wat de bewoner aankan, door te luisteren naar wat hij zegt en naar wat hij laat zien, door je te baseren op wat je ziet in plaats van op wat je hoopt of vreest. En dit is een vaardigheid die alleen kan worden geleerd door ervaring, door het keer op keer proberen, door het soms fout te doen en ervan te leren, door te reflecteren op wat er is gebeurd en wat er de volgende keer anders kan. En wie dit eenmaal onder de knie heeft, wie in staat is om de juiste balans te vinden tussen ondersteunen en loslaten, die heeft een van de moeilijkste vaardigheden in dit werk onder de knie.
Tot slot
Bronnen bij dit artikel
De inhoud van deze blog is gebaseerd op praktijkervaring en vakliteratuur over begeleiding naar zelfstandigheid. Specifieke wetenschappelijke bronnen zijn op verzoek beschikbaar.
De inhoud van deze blog is geschreven op persoonlijke titel en weerspiegelt de ervaringen en inzichten van Sertel Ortac. Raadpleeg altijd een professional voor specifiek advies.
Het doel van begeleiding is om uzelf overbodig te maken, een frase die vaak wordt gebruikt maar die de lading dekt: goede begeleiding is tijdelijk, doelgericht, gericht op het vergroten van de zelfstandigheid van de bewoner. En wie dit voor ogen houdt, wie bij elke begeleidingsbeslissing zichzelf afvraagt of dit bijdraagt aan het doel of dat het het doel in de weg staat, die is beter toegerust om de juiste balans te vinden. En die balans is niet statisch, die verandert met de bewoner, met zijn groei, met wat hij aankan. En door hierbij aan te sluiten, door de begeleiding aan te passen aan waar de bewoner op dat moment staat, geef je hem wat hij nodig heeft zonder hem tekort te doen. En dat is uiteindelijk het doel van alle begeleiding: niet een leven lang begeleiden maar een leven lang begeleid worden naar een leven dat de moeite waard is, naar een leven dat de moeite waard is om zelf te leiden.
Wil je meer lezen over begeleiding en zelfstandigheid? Hier zijn andere blogs die aansluiten:
- Trajecten Begeleiden: De Kunst Van Stapsgewijs Veranderen — over begeleiding
- Bewonersreis Begeleiden: Wat Er Komt Kijken Bij Transitiemomenten — over transitie
- Integratie Begint Thuis: Waarom Taal De Eerste Barrière Is — over integratie
- Persoonlijk Leiderschap Onder Druk: Hoe Je Jezelf Bestuurt — over persoonlijk leiderschap
- Resultaat Boeken Zonder Uitputting: De Kunst Van Duurzaam Presteren — over duurzaamheid
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn