
Het is eind van de maand. De cijfers zijn binnen — en ze voldoen niet aan de verwachtingen. De omzet blijft achter, de projecten lopen vertraging op, en het team heeft meer uren gemaakt dan begroot maar toch minder opgeleverd. De eerste reactie is vaak om harder te werken: meer vergaderingen, strakkere deadlines, strengere controle. Maar dat is precies de verkeerde reactie, en de meeste managers die dit doen, merken dat de cijfers de maand erop nog verder zijn gedaald.
Dit is het fundamentele misverstand over management: dat meer input automatisch leidt tot betere output. Dat hard werken gelijkstaat aan goed leidinggeven. Dat strakker controleren gelijkstaat aan beter sturen. In werkelijkheid is effectief management iets totaal anders — en het begint met de vraag welk resultaat je eigenlijk probeert te behalen.
Dit artikel gaat over: Management
In de wereld van zakelijk leiderschap is resultaatgerichtheid de basis. Lees ook mijn themapagina Zakelijk Leiderschap voor meer over hoe ik leiderschap en management verbind. Management wordt vaak verward met leiderschap, maar het zijn verschillende dingen. Leiderschap gaat over richting geven, over visie, over mensen meenemen in een bepaalde richting. Management gaat over resultaat behalen binnen die richting — over het organiseren van werk, het toewijzen van middelen, het bewaken van voortgang. Beide zijn nodig, maar ze vragen verschillende vaardigheden en een verschillende focus.
In de praktijk van mijn werk als coördinator merk ik dat veel van de probleemen die we tegenkomen geen leiderschapsprobleemen zijn maar managementprobleemen. Mensen weten best wat er moet gebeuren — maar de manier waarop het werk wordt georganiseerd, maakt het moeilijk om het voor elkaar te krijgen. De vergaderstructuur vreet tijd, de administratieve last is te groot, de verwachtingen zijn onduidelijk, de terugkoppeling komt te laat. Dit zijn geen inspiratieprobleemen — dit zijn managementprobleemen.
Wat resultaatgericht management echt betekent
Resultaatgericht management betekent niet dat je naar cijfers kijkt en daarop afrekent. Het betekent dat je begint met de vraag: wat is het resultaat dat we willen bereiken, en wat is de meest efficiënte weg daarnaartoe? In die volgorde — doel eerst, methode daarna.
Wat ik vaak zie is dat managers starten met de activiteit in plaats van met het doel. Ze plannen vergaderingen omdat vergaderingen iets zijn dat je plant. Ze sturen rapporten aan omdat rapporten iets zijn dat je hoort te doen. Ze houden overleggen omdat het overleg al gepland stond — niet omdat het overleg een bijdrage levert aan het behalen van het resultaat. Management is een vak apart — dit is activiteitengericht management, en het leidt tot busy zijn in plaats van effectief zijn.
Resultaatgerichtheid begint met de vraag: als ik over een maand dit resultaat heb bereikt, wat is er dan anders dan nu? Wat heeft het team gedaan dat tot dat resultaat heeft geleid? Wat heb ik gedaan als manager dat daarbij heeft geholpen? Door met het einde te beginnen — met de vraag wat succes er precies uitziet — kun je pas bepalen wat er nodig is om daar te komen.
De valkuilen van outputmanagement
Output meten is essentieel voor management — maar het is ook een valkuil. Wanneer je alleen naar output kijkt, dan meet je wat er is gebeurd, niet hoe het is gebeurd. En dat kan perverse prikkels creëren: medewerkers diegetallen halen door de kwaliteit te verlagen, die de indruk wekken van output terwijl de werkelijke resultaten achterblijven.
In mijn werk heb ik geleerd dat outcome management — het meten van de effecten van het werk, niet alleen de producten — een completere manier is om resultaten te volgen. Niet hoeveel gesprekken hebben we gevoerd, maar wat is er met de bewoner gebeurd als gevolg van die gesprekken? Niet hoeveel rapporten zijn er geschreven, maar heeft de informatie in die rapporten geleid tot betere beslissingen?
Het nadeel van outcome management is dat het moeilijker te meten is. Het vergt meer interpretatie, meer context, meer nuance. Maar precies daarom is het waardevoller: het dwingt je om na te denken over wat er werkelijk toe doet, in plaats van tevreden te zijn met wat makkelijk te tellen valt.
Middelen, Tijd en Aandacht
Effectief management draait om drie dingen: middelen, tijd en aandacht. Hoe je deze drie besteedt, bepaalt welke resultaten je behaalt. En hierin schuilt een van de grootste uitdagingen voor managers: de verleiding om alle drie de middelen te verspillen aan dingen die er niet toe doen.
Middelen verspillen begint vaak onschuldig: even snel iets zelf doen omdat het sneller gaat dan het over te dragen, een vergadering plannen omdat het onderwerp belangrijk is — zonder na te denken over hoeveel tijd de vergadering kost, hoeveel mensen eraan deelnemen, en wat het alternatieve gebruik van die tijd had kunnen opleveren. Aandacht verspillen is het ergst: een dag doorbrengen met het afhandelen van mailtjes en het bijwonen van vergaderingen, en aan het eind van de dag merken dat er nul resultaten zijn geboekt.
De discipline van effectief management is dus niet about doing more — het is over doing what matters. En dat vereist het vermogen om nee te zeggen tegen dingen die niet bijdragen aan het resultaat, ook al voelen ze urgent of belangrijk. Het vereist het vermogen om te focussen op een paar dingen tegelijk, in plaats van alles half te doen. En het vereist de moed om te stoppen met dingen die niet werken, ook al heeft er al veel tijd in gezeten.
Wat ik heb geleerd over resultaten behalen
In mijn werk heb ik geleerd dat de link tussen management en resultaat niet altijd rechtstreeks is. Er zijn zoveel factoren die meespelen — externe omstandigheden, beschikbaarheid van middelen, de context waarin het team werkt — dat het onmogelijk is om met zekerheid te zeggen wat de uitkomst zal zijn. Maar dat maakt management niet minder belangrijk. Het maakt het alleen eerlijker: de taak van een manager is niet om garanties te bieden, maar om de condities te scheppen waaronder goede resultaten het meest waarschijnlijk zijn.
Wat ik ook heb geleerd is dat management een vaardigheid is die je kunt trainen, maar die niet vanzelfsprekend is. Veel mensen worden manager omdat ze ergens goed in waren — een goede vakman, een goede specialist, een goede uitvoerder. Maar die vaardigheden maken hen niet automatisch tot goede managers. Management vraagt om een andere manier van denken, een andere manier van focussen, een andere manier van communiceren. En die overgang — van doen naar laten doen, van specialist naar generalist, van output naar resultaat — is er een die niet iedereen moeiteloos maakt.
Praktische aandachtspunten
Wil je beter worden in resultaatgericht management? Dit is wat ik kan meegeven uit de praktijk.
Start met het doel, niet met de activiteit. Voordat je je agenda indeelt, vraag jezelf af: wat is het resultaat dat we willen bereiken deze week, deze maand, dit kwartaal? En wat is ervoor nodig om dat resultaat te behalen? Als een activiteit niet bijdraagt aan dat doel, waarom doe je het dan?
Meet outcome, niet alleen output. Hoeveelheid is makkelijk te meten, kwaliteit en effect zijn dat minder. Maar laat je niet verleiden om alleen te kijken naar wat makkelijk telbaar is. De vraag “wat is er eigenlijk gebeurd?” is vaak belangrijker dan “hoeveel hebben we eruit gehaald?”
Bescherm de tijd van je team. Vergaderingen, mailtjes, rapporten — ze kosten allemaal tijd die niet aan het resultaat bijdraagt. Als manager is een van je belangrijkste taken het beschermen van de tijd van je mensen tegen onnodige verplichtingen. Elk uur dat iemand besteedt aan iets dat niet bijdraagt aan het resultaat, is een uur dat niet werkt.
Leer stoppen. Stoppen met dingen die niet werken is moeilijker dan beginnen met nieuwe dingen. Maar het is een van de meest waardevolle managementvaardigheden die er zijn. Beter een paar dingen goed doen dan veel dingen half. En eerlijk tegen jezelf zijn over wat werkt en wat niet — dat is de basis van continue verbetering.
De essentie van management
Management draait om resultaat. Niet om activiteit, niet om aanwezigheid, niet om drukte. Om resultaat. En het rare is dat deze boodschap zo simpel is dat managers hem vaak over het hoofd zien — te druk bezig met alles wat er gedaan moet worden, om stil te staan bij de vraag wat er werkelijk toe doet.
Strategie en risicomanagement — voorbereid zijn op het onverwachte — hangt samen met resultaatgerichtheid. Strategie en Risicomanagement horen bij dit thema. De managers die ik het meest heb bewonderd in mijn loopbaan, waren degenen die niet de meeste uren maakten of de meeste vergaderingen bijwoonden. Het waren degenen die het meest nadenkend waren over wat er werkelijk toe deed, die de moed hadden om nee te zeggen tegen dingen die niet bijdroegen, en die hun teams de ruimte gaven om te focussen op wat ertoe deed. Het waren geen superhelden. Het waren gewoon goede managers.
En wie dat wil worden, hoeft niet te wachten op een opleiding of een externe adviseur. Het enige dat nodig is, is de bereidheid om elke dag te vragen: wat doet ertoe, en hoe zorg ik dat dat wordt gedaan? Dat is management. Dat is resultaat. En dat is waar het om gaat.
Bronnen bij dit artikel:
Drucker, P. F. (2006). The Effective Executive: The Definitive Guide to Getting the Right Things Done. Harper Business.
Dit artikel valt onder: Management
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn