
Brein & Veerkracht: Het overkwam me tijdens het lezen van een rapport. Niet zo’n heel/lang rapport, gewoon twee pagina’s. Maar op een gegeven moment merkte ik dat mijn ogen over de regels gleden zonder dat er iets binnenkwam. De woorden waren er wel, maar ik was niet aan het lezen. Ik was op de automatische piloot, scrollend zonder te verwerken.
Dit artikel gaat over: Concentratie & Focus
Dit is wat concentratie is: niet iets hebben wat je kunt vasthouden, maar iets dat je kunt verliezen. En meestal verliezen we het zonder dat we het doorhebben. Concentratie is als zand — hoe harder je het probeert vast te pakken, hoe sneller het wegloopt tussen je vingers.
In de opvangcoördinatie is focus letterlijk van levensbelang. Als ik tijdens een crisisgesprek met 25 nationaliteiten mijn concentratie verlies, dan mis ik details. Details die ertoe doen. Toch ben ik vaak genoeg de les vergeten. Na een lange dag vergaderingen, telefoontjes, en hectiek, werkt mijn brein niet meer zoals het zou moeten.
Wat concentratie werkelijk is
Concentratie wordt vaak beschreven als “aandacht besteden aan één ding.” Maar dat is een misleidende simplificatie. Wetenschappelijk gezien is concentratie een set van cognitieve processen die samenwerken om relevante informatie te selecteren en irrelevante informatie te filteren.
De psycholoog William James beschreef aandacht in 1890 al als “the taking possession by the mind, in clear and vivid form, of one out of what seem several simultaneously possible objects or trains of thought.” Het sleutelwoord is niet “één ding” — het is selectie. Aandacht is selectief. Je neemt niet meer waar, je neemt selectief waar.
Het menselijk brein verwerkt ontzettend veel informatie tegelijk — schattingen lopen uiteen, maar de meeste onderzoekers gaan uit van miljoenen bits per seconde aan zintuiglijke input. Bewust worden we ons maar van een fractie daarvan. Concentratie is het mechanisme dat bepaalt welke fractie dat is.
De neurologie van gefocuste aandacht
Gefocuste aandacht wordt aangestuurd door een netwerk dat de frontoparietal control network wordt genoemd. Dit netwerk, met de dorsolaterale prefrontale cortex als hub, is verantwoordelijk voor het top-down sturen van aandacht — je gebruikt je doelen en verwachtingen om te bepalen waar je naar kijkt.
Het frontoparietal network werkt samen met het ventral attention network. Dit tweede systeem is bottom-up — het reageert op onverwachte of salient prikkels. Iets dat plotseling beweegt, een geluid dat opvalt, een gezicht in een menigte. Als het ventral attention networkactiveert, wordt je frontoparietal network tijdelijk overruled. Je wordt letterlijk weggerukt van wat je aan het doen was.
Het probleem is dat in moderne werkomgevingen het ventral attention network voortdurend wordt geactiveerd. notificaties, collega’s die langslopen, email-waarschuwingen, nieuwsmeldingen — allemaal zijn het “ongedachte prikkels” die om aandacht schreeuwen. En telkens als dat gebeurt, verlies je focus. Je frontoparietal network moet opnieuw opstarten, en die opstarttijd kost je productiviteit.
Onderzoek schat dat het gemiddeld 23 minuten duurt om na een onderbreking weer volledig gefocused te raken. Maar veel mensen ervaren meerdere onderbrekingen per uur. Dat betekent dat echte focus een schaars goed is geworden.
Het default mode network en focus
Tegenover het task-positive network (de actieve, gerichte toestand) staat het default mode network (DMN). Dit is het netwerk dat actief is in rust, tijdens dagdromen, beimijnen, en zelfreferentiële gedachten. Veel mensen denken dat het DMN te maken heeft met “niet denken” — maar dat is onjuist. Het DMN is zeer actief, alleen is het bezig met iets anders dan de taak waar je mee bezig zou moeten zijn.
Bij mensen met concentratieproblemen is er vaak een verhoogde activiteit in het DMN tijdens taakuitvoering — het brein kan de switch tussen rust-netwerken en taak-netwerken niet goed maken. De achtergrondgedachten blijven aanwezig, storend, afleidend.
Wat concentratie verstoort
Om concentratie te verbeteren, is het nuttig om te begrijpen wat het verstoort. Niet de obvious dingen als social media — maar de diepere mechanismen.
1. Cognitieve belasting
Het brein heeft een beperkte capaciteit voor bewuste informatieverwerking, zoals ook blijkt bij het werkgeheugen. Dit wordt het werkgeheugen genoemd, en het is een van de meest beperkte bronnen die we hebben. Wanneer je werkgeheugen vol zit — door meerdere taken tegelijk, door zorgen, door beslissingen die je moet nemen — dan is er weinig ruimte over voor nieuwe informatie. Concentratie vereist vrije werkgeheugen-capaciteit.
In de praktijk van coördinatie merk ik dit heel duidelijk. Op rustige dagen, met een lege inbox en een duidelijke planning, is mijn concentratie goed. Maar na een dag vol crises, escalaties, en telefoontjes? Dan kan ik me nauwelijks focussen op een simpel document. Mijn werkgeheugen is vol.
2. Emotioneel disbalans
Angst, frustratie, opwinding — elke sterke emotie neemt cognitieve ruimte in beslag. Maar liefde niet altijd bewust. Wanneer je je zorgen maakt over iets — hoe klein ook — dat zorg-psychologisch gezien dezelfde impact heeft als een volledig takenlijstje in je werkgeheugen. Het “maalt” op de achtergrond, het neemt ruimte, het verlaagt je concentratie.
Dit is waar ruminerende gedachten en piekeren de concentratie direct beïnvloeden. Niet omdat je zwak bent of niet kunt focussen — maar omdat het brein moeilijk kan multitasken. Emotie en cognitie delen dezelfde neurale circuits.
3. Slaapgebrek
Slaap is fundamenteel voor concentratie. Tijdens slaap consolideert het brein wat je overdag hebt geleerd, maar slaap doet meer: het verwijdert ook de metabolische afvalstoffen die zich overdag ophopen in de prefrontale cortex. Bij slaapgebrek werkt dat opruimproces minder goed, en hopen die stoffen zich op. Het resultaat: een troebel gevoel, moeite met focussen, langzamer denken.
Onderzoek toont aan dat 17 uur wakkerheid equivalent is aan een bloedalcoholgehalte van 0,05% — boven de grens voor autorijden in veel landen. Met andere woorden: als je ’s avonds laat nog werkt na een lange dag, functioneer je alsof je gedronken hebt.
4. Beslissingsmoeheid
Beslissingen nemen kost werkgeheugen en prefrontale capaciteit. Naarmate de dag vordert, neemt de kwaliteit van beslissingen af — dit wordt “beslissingsmoeheid” of “ego depletion” genoemd (hoewel het concept inmiddels genuanceerder ligt). Als je hele dag bestaat uit kleine en grote keuzes — wat te eten, welk traject te kiezen, hoe te reageren op een email — dan houd je aan het eind van de dag weinig concentratiecapaciteit over voor nieuwe taken.
Hoe je concentratie kunt verbeteren
Nu de mechanismen duidelijk zijn, de praktijk. Hoe vergroot je je concentratie? De onderzoeksliteratuur wijst op een paar krachtige interventies.
1. Single-tasking in plaats van multitasking
Het bewijs tegen multitasken is overweldigend. Wanneer je tussen taken switcht, activeer je telkens het ventral attention network, en moet het frontoparietal network telkens opnieuw opstarten. Die “switching cost” kan oplopen tot 40% van je productiviteit.
Single-tasking — bewust kiezen voor één taak en daarbij blijven — is de oplossing. Maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan. In de praktijk: plan specifieke blokken voor specifieke taken. “Ik werk nu 45 minuten aan dit document. Telefoon gaat op stil. Email niet openen.” Die concrete afbakening helpt.
2. De omgeving beheren
Concentratie is niet alleen een kwestie van wilskracht — het is ook een kwestie van omgeving. De standaard-tip is: werk in een opgeruimde ruimte, met weinig afleidingen. Maar dat is vaak niet praktisch. Wat wel praktisch is:
- Notificaties uitzetten tijdens focus-blokken
- Een vast ritueel voorafgaan aan geconcentreerd werk (bijvoorbeeld: kop thee, telefoon op stil, 5 minuten ademhaling)
- Fysieke signalen gebruiken (“niet storen tenzij urgent”)
In de praktijk van de opvangcoördinatie kon ik dit zelden perfect toepassen. Maar ik leerde wel: zelfs 20 minuten ongestoord werken is beter dan constant onderbroken worden. En die 20 minuten waren er vaak wel, als ik ze maar bewust zocht.
3. Werkgeheugen extern maken
Een van de meest effectieve strategieën is om dingen die in je hoofd rondspoken uit te besteden aan een extern systeem. Schrijf ze op. Maak een takenlijst. Noteer ideeën. Door ze uit je hoofd te halen en ergens anders neer te zetten, maak je werkgeheugen vrij voor de taak waar je mee bezig bent.
Dit is de kern van systemen zoals Getting Things Done (GTD) — niet een productiviteitssysteem voor people met overvolle hoofden, maar een manier om het brein te ontlasten van de last van het onthouden. Hoe minder je in je werkgeheugen hoeft te houden, hoe meer ruimte voor concentratie.
4. Lichaam bewegen
Beweging is een van de snelste manieren om de concentratie te verhogen. Zelfs een korte wandeling van 10 minuten kan de executieve functies verbeteren. En dan bedoel ik niet per se hardlopen of sporten — gewoon bewegen, opstaan van je stoel, door de kamer lopen.
Wat ook helpt: staan vergelijkt met zitten. Sta-bureaus zijn populair, en terecht — ze verhogen dealertheid en verminderen de lethargie die bij langdurig zitten ontstaat.
5. Aandacht trainen
Meditatie en mindfulness veranderen daadwerkelijk de hersenen — niet als abstracte bewering, maar als meetbaar feit. Onderzoek met MRI-scans toont aan dat regelmatige meditatie de dichtheid van grijze stof in de prefrontale cortex en de hippocampus verhoogt. En die gebieden zijn precies degene die betrokken zijn bij concentratie.
Maar je hoeft niet te mediteren om te profiteren. Elk moment waarin je je bewust wordt dat je aandacht is afgedwaald — en je haar Terugbrengt naar waar je mee bezig was — is een oefening in aandacht. Die korte momenten van bewustwording, herhaald over tijd, bouwen echte concentratie-spier op.
Concentratie in crisissituaties
Tijdens een crisis moet je plotsklaps kunnen focussen ondanks chaos. Dit vereist een speciaal soort concentratie: niet de rustige, diepe focus van een studeer-sessie, maar de scherpe, snelle focus van besluitvorming onder druk.
In mijn werk als coördinator heb ik geleerd dat crisis-concentratie iets anders is. In het begin van mijn werk bij het Rode Kruis merkte ik dat ik bij crisismomenten alles probeerde tegelijk te doen — alle probleemgebieden tegelijk aanpakken, alle informatie tegelijk verwerken. Het resultaat was verwarring en fouten.
Wat ik leerde: in een crisis, kies bewust voor de meest kritische taak. niet alles tegelijk. Eén ding tegelijk, het belangrijkste, en dan het volgende. Dit is contra-intuïtief — in crisis wil je alles doen — maar het werkt beter. Door de chaos te verdelen in hapklare brokken, wordt hij beheersbaar.
En tweede: neem een moment voor het nemen van beslissingen. Zelfs 30 seconden kan helpen. Soms is een snelle ademhaling, een stap naar achteren, genoeg om het overzicht te krijgen dat je nodig hebt. Die micro-pauze is geen tijdverspilling — het is een investering in de kwaliteit van je beslissing.
Tot slot
Concentratie is geen eigenschap die je hebt of niet hebt. Het is een vaardigheid die je kunt trainen, een omgeving die je kunt inrichten, en een houding die je kunt aannemen. En het is geen all-or-nothing. Zelfs kleine verbeteringen — 5 minuten meer ongestoord werken per dag, een paar keer bewust ademhalen tussen taken — maken op termijn een verschil.
Het begint met de erkenning dat concentratie een beperkte bron is. Hij moet beschermd worden, niet forceerd. En die erkenning alleen al — het moment waarop je beseft dat je niet gewoon even moet “doorbijten” maar dat je brein echte rust en ruimte nodig heeft — dat is vaak de eerste en belangrijkste stap.
Dit artikel valt onder: Concentratie & Focus
Bronnen bij dit artikel:
James, W. (1890). The Principles of Psychology. Henry Holt and Company.
Broadbent, D. E. (1958). Perception and Communication. Pergamon Press.
Kane, M. J., & McVay, J. C. (2012). What mind wandering reveals about executive-control abilities and failures. Current Directions in Psychological Science, 21(5), 348–354.
Mewborn, C. M., et al. (2024). Effects of acute sleep deprivation on cognitive performance. Journal of Sleep Research, 33(1), e14012.
Diamond, A. (2013). Executive functions. Psychological Review, 120(1), 49–77.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn