Brein & Veerkracht MC-056 Metacognitie - Bewustzijn

Overtuigingen Onderzoeken: Welke Gedachten Zijn Echt?

7 minuten leestijd

Op een dag werd me verteld dat ik te emotioneel was in mijn werk. Dat ik te betrokken was bij de mensen die ik hielp. Dat afstand houden professioneler was. En ik wist niet zeker of dat waar was — maar ik wist wel dat het me aan het denken zette.

Dit artikel gaat over: Metacognitie

Was ik te emotioneel? Of was dat dekmantel voor iemand die mijn manier van werken niet begreep? En hoe kon ik dat überhaupt weten?

De vraag welke gedachten echt zijn — dat wil zeggen: gebaseerd op werkelijkheid en niet op aannames — is een van de belangrijkste vragen die metacognitie kan helpen beantwoorden. En het antwoord is zelden zo simpel als we zouden willen.

Gedachten zijn geen feiten

De meest basale misvatting over ons denken is dat onze gedachten de werkelijkheid weerspiegelen. Dat wat we denken over een situatie, gelijk is aan de situatie zelf. Maar dat is niet hoe het brein werkt. Het brein maakt modellen, geen foto’s. Het interpreteert, selecteert, en construeert. En die constructies zijn zelden neutraal.

Cognitieve vertekeningen noemen psychologists dat. Systematische afwijkingen in hoe we informatie verwerken die leiden tot voorspelbare denkfouten. Anchoring, beschikbaarheid, bevestigingsbias — het zijn allemaal manieren waarop onze gedachten de werkelijkheid vertekenen, zonder dat we ons daar bewust van zijn.

In mijn werk merkte ik dat ik regelmatig gedachten had die niet klopten. Bijvoorbeeld: als iets niet lukte, was dat altijd mijn schuld. Als iets wel lukte, was dat toeval of geluk geweest. Die asymmetrie — negatiefingen geringschatten, positiefs aan het toeval wijten — is een klassieke cognitieve vertekening.

Waar komen overtuigingen vandaan?

Overtuigingen zijn niet zomaar conclusies die we op basis van bewijs trekken. Ze zijn vaak veel ouder en veel diepergeworteld dan dat. Veel overtuigingen zijn geërfd van ouders, opgevoed door cultuur, of ontstaan uit vroege ervaringen die we ons niet eens meer herinneren.

De psycholoog Daniel Kahneman beschreef twee systemen van denken: System 1, snel en automatisch, en System 2, langzaam en gecontroleerd. De meeste overtuigingen worden gevormd door System 1 — dus door snelle, automatische interpretatie, niet door bewuste evaluatie. En System 1 maakt gebruik van heuristieken: vuistregels die vaak werken maar die tot systematische fouten kunnen leiden.

Als je bijvoorbeeld een overtuiging hebt dat je niet goed genoeg bent, dan is die overtuiging waarschijnlijk niet ontstaan door een bewuste evaluatie van al je prestaties. Het is waarschijnlijk ontstaan door herhaalde ervaringen van kritiek, door vergelijking met anderen, door cultuur die bepaalde standaarden stelt. En het wordt in stand gehouden doordat je de momenten dat je faalt meer aandacht geeft dan de momenten dat je slaagt.

Het onderzoeken van je eigen overtuigingen

Overtuigingen onderzoeken is een metacognitieve praktijk. Het vereist dat je afstand kunt nemen van je eigen gedachten en ze als object van studie kunt beschouwen. En het vereist dat je bereid bent om dingen te ontdekken die oncomfortabel zijn.

De eerste stap is altijd: herken de overtuiging. Zeg hem hardop. Schrijf hem op. Maak hem expliciet. Veel overtuigingen zijn zo diepingebakken dat ze zich voordoen als neutrale feiten, niet als interpretaties. Door ze op te schrijven geef je ze vorm en dat maakt het mogelijk om ze te bevragen.

De tweede stap is: wat is het bewijs? Niet het gevoel dat het waar is, niet de herinneringen die bevestiging zoeken, maar daadwerkelijk bewijs. Zijn er feiten die deze overtuiging ondersteunen? Zijn er ook feiten die ertegen spreken? En wie heeft deze overtuiging eigenlijk voor het eerst geuit — jij, of iemand anders?

De derde stap is: wat kost het me om deze overtuiging vast te houden? Elke overtuiging heeft een prijs. De overtuiging dat je niet goed genoeg bent, beschermt je tegen het nemen van risico’s. Maar beperkt het je ook in je groei. Is de prijs het waard?

Overtuigingen over jezelf versus over de wereld

Niet alle overtuigingen zijn gelijk. Er is een cruciaal onderscheid tussen overtuigingen over jezelf en overtuigingen over de wereld.

Overtuigingen over jezelf zijn vaak het hardstnekkigst en het meest schadelijk. “Ik ben niet goed genoeg”, “Ik ben niet slim genoeg”, “Ik ben niet leuk genoeg” — deze overtuigingen filteren alle informatie die binnenkomt en versterken zichzelf. Ze zijn zelfreferentieel: ze gebruiken hun eigen bewijs om zichzelf te bevestigen.

Overtuigingen over de wereld zijn vaak makkelijker te onderzoeken, omdat er een externe realiteit is waartegen je ze kunt checken. “Deze aanpak werkt niet” kun je toetsen. “Mijn collega kan me niet uitstaan” is moeilijker, want dat is een interpretatie van andermans innerlijk.

In mijn werk was het regelmatig nodig om overtuigingen over mezelf te bevragen. Was ik echt te emotioneel? Of was dat een interpretatie van iemand die emotie zag als zwakte? En belangrijker: maakte het uit wat die persoon dacht, als ik zelf wist dat mijn betrokkenheid bijdroeg aan betere resultaten?

Het gevaar van bevestigingsbias

De grootste vijand van kritisch overtuigingsonderzoek is bevestigingsbias: de neiging om informatie te zoeken die bestaande overtuigingen ondersteunt en informatie te negeren die ertegen spreekt.

Als je gelooft dat je niet goed genoeg bent, dan zoek je naar bewijs dat je niet goed genoeg bent. En dat bewijs is altijd te vinden — je brein is er goed in om te selecteren. De momenten dat het misging, zijn snel gevonden. De momenten dat het goed ging, zijn snel vergeten.

Bevestigingsbias is niet uit te schakelen. Het is een fundamenteel onderdeel van hoe onze breinen informatie verwerken. Maar het is wel te herkennen. En door het te herkennen, kun je structureel andersom zoeken: bewijs tegen je overtuiging zoeken in plaats van ervoor.

Concreet: hoe je overtuigingen onderzoekt

Wil je een overtuiging onderzoeken? Hier is een praktisch stappenplan:

Schrijf de overtuiging op in één zin. “Ik ben niet goed genoeg voor deze functie.” “Mijn collega’s hebben een hekel aan me.” “Deze aanpak werkt nooit.” Wees specifiek.

Verzamel drie voorbeelden die tegen de overtuiging spreken. Dwing jezelf actief bewijs te zoeken dat de overtuiging weerlegt. Dit voelt onnatuurlijk aan, en dat is goed — het betekent dat je brein iets moet doen wat het normaal niet uit zichzelf doet.

Vraag je af: wie heeft dit eerste tegen me gezegd? Vaak zijn overtuigingen geïntroduceerd door anderen — ouders, leraren, eerdere leidinggevenden. En de kans is groot dat die persoon een specifiek doel had met die boodschap dat allang niet meer relevant is.

Stel je voor dat een vriend deze overtuiging had. Wat zou je hem zeggen? Afstand nemen door je perspectief te verwisselen kan helpen om de overtuiging te relativeren. Vaak zijn we veel strenger voor onszelf dan voor anderen.

Tot slot

Niet alle overtuigingen zijn fout. Sommige overtuigingen zijn gebaseerd op jaren ervaring en hebben zich keer op keer bewezen. Maar de overtuigingen die ons limiteren — de “ik kan dit niet” en “ik ben hier niet geschikt voor” en “dit gaat nooit lukken” — die verdienen het om onderzocht te worden.

De vraag is nooit of een overtuiging waar is of niet — het brein is geen betrouwbare meter voor objectieve waarheid. De vraag is: is deze overtuiging behulpzaam? Helpt het me om te groeien en goede beslissingen te nemen? Zo niet, dan is het tijd om hem te bevragen.

Lees ook: Cognitieve Vertekingen: 6 Denkfouten Die Je Beslissingen Verpesten.

Dit artikel valt onder: Metacognitie

Bronnen bij dit artikel

  • Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Farrar, Straus and Giroux.
  • Mayer, J.D. & Salovey, P. (1997). What is Emotional Intelligence? In P. Salovey & D. Sluyter (Eds.), Emotional Development and Emotional Intelligence. Basic Books.
  • Posner, M.I. & Rothbart, M.K. (2007). Educating the Human Brain. American Psychological Association.
  • Dijksterhuis, A. (2007). On the Nature of Unconscious Thought. Perspectives on Psychological Science.
  • Sapolsky, R.M. (2015). Behave: The Biology of Humans at Our Best and Worst. Penguin Press.

Dit artikel is geschreven vanuit de praktijkervaring van Sertel Ortac als coördinator hulpverlening opvanglocaties en is bedoeld als achtergrondinformatie voor professionals in vergelijkbare sectoren. Alle voorbeelden zijn gebaseerd op echte praktijksituaties, veralgemeniseerd voor leesbaarheid.

Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.

Volg op LinkedIn
Deze blog is onderdeel van: Metacognitie - Bewustzijn →

Klaar om te praten?

Herken je de uitdagingen uit deze blog in je eigen organisatie? Laten we bespreken hoe ik kan helpen.

Plan een gratis gesprek →