
Het begon allemaal met een brief. Een formele brief, verstuurd door het COA aan een aantal gemeenten in de regio. In die brief stond dat er een nieuwe opvanglocatie zou worden geopend. De gemeenten wisten van niets.
Ik zat die ochtend in een vergadering met vertegenwoordigers van drie gemeenten, het COA, en een lokale partners. De sfeer was gespannen. Niemand wist precies wat er stond te gebeuren. De vraag die op tafel lag — en die niemand hardop durfde te stellen — was: wie neemt de verantwoordelijkheid?
Dit is het werk achter de letters. CNO, TGO, DGO. Afkortingen die op papier misschien droog klinken, maar in de praktijk het verschil maken tussen een locatie die werkt en een locatie die vastloopt.
Dit artikel gaat over: Opvang Coördinatie
Wat CNO, TGO en DGO betekenen
Om te beginnen: wat zijn die letters eigenlijk?
CNO staat voor Crisisnoodopvang. Dit is de landelijke structuur voor noodsituaties waarin snel opvangcapaciteit moet worden gecreëerd.
TGO is Tijdelijke Gemeentelijke Opvang. Dit was het framework voor tijdelijke opvang door gemeenten, vaak in afwachting van verdere procedure. Snelheid was het sleutelwoord.
DGO is Duurzame Gemeentelijke Opvang. Dit is waar we nu naartoe bewegen: langdurige opvang waarin integratie, participatie en ontwikkeling centraal staan.
De overgang van TGO naar DGO — dat is een van de grootste transitie-opgaven in het opvangdomein van de afgelopen jaren. En als coördinator sta je midden in die transitie.
Wat het verschil is in de praktijk
Bij TGO was het werk vooral operationeel. Je had een locatie, je had een capaciteit, je had een instroom. De vraag was: hoe krijgen we mensen zo snel mogelijk van A naar B?
Bij DGO verschuift het. Je hebt nog steeds een locatie en capaciteit, maar nu vraag je je af: wat heeft deze bewoner nodig om verder te komen? Taal? Werk? Sociale contacten? Een netwerk? De bewoner staat niet meer in de rij — de bewoner staat centraal.
Wat ik merk in mijn dagelijkse werk: die verschuiving is makkelijker gezegd dan gedaan. De systemen zijn nog niet overal meebewogen. De budgetten zijn nog niet altijd mee-gehousd. De verwachtingen van partners lopen soms achter op de realiteit.
De CNO-locatie: toen TGO-DGO nog niet bestond
Op een locatie in de regio Zeeland West-Brabant werkte ik met CNO-containers en grote tenten. Die tenten werden gebruikt als eetzaal en recreatiezaal. Dat was geen ideale situatie — het was koud in de winter, warm in de zomer, en de privacy was beperkt. Maar het was wat er was.
In die periode — voordat de TGO-DGO terminologie gangbaar werd — was het werk al volop in transitie. Mensen kwamen binnen, werden geplaatst, en gingen door naar een volgende stap. Maar ondertussen: bleven ze vaak langer dan verwacht. Waren de systemen niet berekend op hun noden. Waren de begeleiders overbelast.
Wat ik daar leerde: hoe je met beperkte middelen een werkbaar systeem bouwt. Dat betekende: keuzes maken. Prioriteren. Niet alles kunnen doen, maar wat je doet goed doen. En vooral: de-escalerend werken in een omgeving die zwaar was van spanning.
De CNO-containers — dat waren fysieke eenheden die als woonruimte dienden. Niet glamoureus, niet ideaal, maar functioneel. En wat ik leerde: functionaliteit is de basis. Als de basis niet werkt, werkt er niets.
De vergadering die alles veranderde
Er was een overleg. Vertegenwoordigers van vijf organisaties aan tafel. Elk met hun eigen agenda, hun eigen prioriteiten, hun eigen taal. Ik was de coördinator — de persoon die ertussenin moest staan.
Het overleg begon zoals zoveel overleggen: elk voor zich, niemand luisterde echt naar de ander. Ik had de vergaderagenda opgesteld — heel formeel, heel bestuurlijk. Maar wat bleek? Niemand had gelezen wat er stond.
Wat ik toen anders deed: ik liet de agenda los. Ik vroeg aan elke partij: wat is jouw probleem vandaag? Niet wat is jullie standpunt over dit onderwerp — wat is het probleem dat jullie ervaren?
Binnen tien minuten was de vergadering veranderd. Mensen begonnen te praten over wat ze werkelijk bezighield. Niet de formele posities, maar de echte zorgen. En daarmee: kwamen de oplossingen een stuk dichterbij.
Wat ik heb geleerd over procesmanagement
Coördinatie is ook procesmanagement. Dat klinkt saai — maar het is essentieel. Als je proces niet klopt, werkt er niets.
Wat ik bedoel: afspraken moeten helder zijn. Wie doet wat? Wie heeft welke verantwoordelijkheid? Waar worden besluiten genomen? Hoe wordt informatie gedeeld?
In het werk met CNO, TGO en DGO zijn die procesafspraken voortdurend in beweging. Wat bij TGO werkte, werkt niet meer bij DGO. Wat bij CNO standaard was, is nu aan het veranderen. Als coördinator moet je dat bijhouden — en ervoor zorgen dat anderen het ook begrijpen.
Documenteer wat je afspreekt. Niet mondeling, niet in iemands hoofd — op papier, in een vast format. Zo kun je terugvallen op wat is besloten als er onduidelijkheid ontstaat.
Check of afspraken worden nageleefd. Afspraken maken is één ding. Ze nakomen is een tweede. Als coördinator ben je ook de persoon die checkt of iedereen doet wat is afgesproken.
Stuur bij als het niet werkt. Een proces dat niet werkt, moet je kunnen aanpassen. Weiger niet te bewegen omdat het altijd zo heeft gewerkt. De werkelijkheid verandert — jouw proces ook.
De les die ik niet zal vergeten
Er was een moment dat ik dacht: dit kan zo niet verder. Een locatie waar alle partijen langs elkaar heen werkten. Niemand was fout, maar het systeem werkte niet. De bewoners leden eronder.
Wat ik toen heb gedaan: ik ben naar elke partij apart gegaan. Niet om te klagen of te escaleren — om te luisteren. Om te begrijpen wat zij ervoeren, wat zij nodig hadden, wat hen tegenhield.
En wat bleek? De partijen hadden helemaal geen conflict met elkaar. Ze hadden alleen nooit de moeite genomen om elkaars perspectief te begrijpen. Ze hadden aannames gedaan over wat de ander wilde, en op basis daarvan hun eigen positie ingenomen.
Wat ik deed: ik bracht ze samen. Niet voor een vergadering over beleid — voor een gesprek over de bewoner. Over de persoon die centraal moest staan maar was vergeten. En plotseling: waren de standpunten niet meer zo strijdig. Waren er oplossingen die voor iedereen werkten.
De les: soms is coördinatie niet over de inhoud. Het is over de verbinding. Het is mensen aan elkaar verbinden die dat anders niet doen.
De essentie
CNO, TGO, DGO — die letters zijn meer dan afkortingen. Ze zijn de context waarin we werken. De kaders die bepalen wat kan en wat niet. De systemen die we moeten navigeren om ons werk te doen.
Als coördinator ben je de vertaler tussen die systemen en de praktijk. Je moet de letters kennen — wat ze betekenen, wat ze vragen, wat ze toelaten. Maar je moet ook weten wat erachter zit: de mens, de organisatie, de belangen.
En ondertussen: bouwen aan relaties. Met gemeenten, met COA, met lokale partners. Niet omdat het kan — omdat het moet. Omdat alleen daarmee de vertaling lukt die het werk vraagt.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek, praktijkervaring en persoonlijke inzichten. Genoemde auteurs en onderzoeken worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Dit artikel valt onder: Opvang Coördinatie
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn