
Er is een moment waarop je hand naar je telefoon beweegt, en je hersenen al weten dat je telefoon zal vibreren voordat het überhaupt gebeurt. Er is een moment waarop je een woord leest en de letters soms door elkaar staan, maar je hersenen corrigeren dat automatisch, zodat je de juiste betekenis ervaart terwijl de letters op papier volledig verkeerd staan. Er is een moment waarop je een bekende melodie hoort en zelfs kunt horen welke noot ervolgende komt voordat die klinkt. Dit is geen magie. Dit is de manier waarop je brein werkt: het is niet primair een orgaan dat reageert op de wereld, maar een orgaan dat voortdurend voorspellingen maakt over wat er als volgende zal gebeuren, en dat de werkelijkheid vergelijkt met die voorspellingen.
Dit is de kern van predictive processing, een theoretisch framework dat de afgelopen jaren de neurowetenschappen stormenderhand heeft veroverd, mede dankzij het werk van Karl Friston en zijn free energy principle. Het idee is dat je brein niet wacht op informatie van de zintuigen om te begrijpen wat er in de wereld gebeurt, maar dat het continu een model van de wereld draait en dat model vergelijkt met wat de zintuigen binnenkomt. Wanneer het model en de werkelijkheid overeenkomen, is er weinig neural activity nodig — het voorspelde wordt simpelweg bevestigd. Wanneer ze niet overeenkomen, dan ontstaat er een voorspellingsfout, en die voorspellingsfout is wat je brein eigenlijk verwerkt: het verschil tussen wat je verwachtte en wat er werkelijk gebeurde.
Wat dit betekent voor hoe je de wereld ervaart
Dit verklaart waarom je soms een bekende gebeurtenis helemaal niet bewust waarneemt, terwijl je wel degelijk informatie hebt ontvangen. Wanneer je in een drukke straat loopt, filtert je brein automatisch alle achtergrondgeluiden weg — niet omdat je hersenen die informatie niet ontvangen, maar omdat het voorspelt dat die geluiden er zullen zijn en ze daarom als “niet interessant” claseert voordat ze je bewuste ervaring bereiken. Pas wanneer iets afwijkt van de voorspelling — een onverwacht geluid, een plotselinge beweging — wordt die informatie doorgelaten naar je bewuste ervaring. Je bewuste beleving is dus niet de raw data van de wereld, maar een gecorrigeerde versie van wat je brein verwachtte te zien.
Dit heeft belangrijke implicaties voor hoe je jezelf en anderen begrijpt. Wanneer je iemand hoort praten, dan voorspelt je brein de woorden die ze gaan zeggen voordat ze die uitspreken — taal isklanken sterk voorspelbaar, en je hersenen maken daar gebruik van. Wanneer je iemand ziet binnenkomen in een vergadering, dan voorspelt je brein hoe die persoon zich zal gedragen op basis van eerdere ervaringen, en die voorspelling kleurt je verwachtingen en daarmee je interactie. Dit is waarom verwachtingen zo’n grote rol spelen in hoe we anderen ervaren — we zien niet neutraal wat iemand doet, maar altijd door de lens van wat we verwachtten dat ze zouden doen.
Het meest verbazingwekkende is dat dit systeem al werkt voordat je bewust iets waarneemt. Onderzoek heeft aangetoond dat voorspellingsfouten al neural kunnen worden gedetecteerd in de 100 milliseconden voordat je bewust iets waarneemt. Je hersenen zijn letterlijk bezig met het verwerken van informatie voordat je je ervan bewust bent. Dit suggereert dat bewuste ervaring niet het begin is van informatieverwerking maar het eindresultaat — het moment waarop de voorspellingen niet meer kloppen en er een bewuste update nodig is. Dit is een fundamenteel andere kijk op wat bewustzijn doet: niet zozeer informatie verwerken, maar omgaan met verrassingen.
De voorspellingen die je niet doorhebt
De meeste voorspellingen die je brein maakt, zijn er die je nooit bewust meemaakt. Ze opereren onder de oppervlakte van je bewuste ervaring, in het domein dat psychologen het “pre-bewuste” noemen — die laag van informatieverwerking die al heeft plaatsgevonden voordat iets je bewustzijn bereikt. Wanneer je een kamer binnenloopt die je al vaker hebt bezocht, dan voorspellen je hersenen precies waar de deur zal zijn, waar het lichtknopje zal zitten, hoe de ruimte zal ruiken. Al die voorspellingen worden automatisch gegenereerd en vergeleken met de binnenkomende zintuigelijke informatie, en alleen de afwijkingen worden doorgestuurd naar je bewuste ervaring.
Dit is ook waarom veranderingen in je omgeving je vaak niet opvallen, zelfs wanneer ze groot zijn. Wanneer je een kunstwerk ophangt in je woonkamer, dan ervaar je de eerste dag dat kunstwerk intens — het valt op, het is nieuw, het vergt bewuste aandacht. Maar na een week is het onderdeel geworden van de achtergrond, niet omdat je ogen het niet meer zien, maar omdat je hersenen het hebben toegevoegd aan hun model van de kamer en het daarom niet langer als verrassing ervaren. Hetzelfde gebeurt met geluiden: het geluid van de koelkast die aanslaat is erklanken altijd, maar je hoort het alleen als je bewust luistert, omdat je hersenen het hebben gepredikte en als niet-relevant hebben gefilterd.
Deze voorspellingsmachine werkt niet alleen met zintuigelijke informatie, maar ook met sociale situaties. Wanneer je een bekende situatie binnenkomt — een vergadering, een etentje, een telefoontje — dan draait je brein automatisch een script af op basis van wat er de vorige keer gebeurde. Dit script bepaalt wat je verwacht te zeggen, wat je verwacht te horen, hoe de interactie zal verlopen. En net als bij de kunst in de woonkamer, wanneer de situatie precies past bij het script, is de ervaring soepel enefficiënt, maar wanneer het script niet klopt, dan ontstaat er wrijving en ben je je bewust van de interactie. Sociale vaardigheid is, vanuit dit perspectief, niet alleen het kunnen lezen van anderen, maar ook het kunnen omgaan met de voorspellingsfouten die ontstaan wanneer de werkelijkheid niet past bij wat je verwachtte.
Predictive processing en fouten maken
Wanneer je een fout maakt, dan is de gebruikelijke verklaring dat je hersenen iets verkeerd hebben gedaan — dat ze niet goed hebben opgelet, niet goed hebben nagedacht, niet competent waren. Maar vanuit predictive processing is een fout altijd een voorspellingsfout: je hersenen voorspelden dat de wereld op een bepaalde manier zou reageren op je actie, en de wereld reageerde anders. Dit is geen domein van domheid of onoplettendheid — het is de fundamentele manier waarop leren plaatsvindt. Je brein leert door voorspellingsfouten, door het verschil tussen wat het verwachtte en wat er werkelijk gebeurde. Als je nooit fouten zou maken, zouden je voorspellingen nooit worden gecorrigeerd, en zou je brein nooit iets nieuwe leren.
Dit heeft een belangrijke implicatie voor hoe je denkt over je eigen fouten en die van anderen. Wanneer je een fout maakt onder druk, dan is dat vaak niet omdat je incompetent bent, maar omdat je onder druk bent gaan voorspellen op basis van minder informatie, en dus vaker fouten hebt gemaakt. De verhoogde foutenlast onder druk is niet teken van verminderde capaciteit, maar het resultaat van het feit dat je hersenen onder druk meer moeten vertrouwen op automatische voorspellingen en minder op actuele informatie. Hetzelfde principe werkt in teams en organisaties: wanneer het werk onder druk komt te staan, verschuift de besluitvorming naar meer automatische, voorspellingsgedreven processen, en nemen de voorspellingsfouten toe.
De implicatie hiervan is dat wanneer je wilt dat mensen leren van fouten, je ze niet alleen moet confronteren met de uitkomst, maar ook met de voorspelling die aan de fout voorafging. Wat verwachtte je dat er zou gebeuren? Waarom verwachtte je dat? Dit zijn de vragen die het leren eigenlijk aandrijven, niet de vraag “wat ging er fout” — die vraag richt zich op de uitkomst, terwijl het leren in de mismatch zit tussen verwachting en werkelijkheid. Wanneer je leert van een fout, dan leer je niet primarily over de wereld, maar over je eigen model van de wereld, en dat model is wat je meeneemt naar toekomstige situaties.
De prijs van te veel voorspellen
Het predictive processing model verklaart ook waarom starheid ontstaat en waarom verandering zo moeilijk is. Wanneer je eenmaal een goed werkend model van de wereld hebt gebouwd, dan gaat je brein dat model steeds meer gebruiken in plaats van open te staan voor nieuwe informatie. Dit is efficient — het kost minder energie om te voorspellen dan om waar te nemen — maar het kan ertoe leiden dat je blind wordt voor informatie die niet in je model past. Dit is de cognitieve Equivalent van confirmation bias: je ervaart de wereld door de lens van wat je al weet, en informatie die daar niet in past wordt genegeerd of geminimaliseerd voordat het je bewuste ervaring bereikt.
In organisaties kan dit leiden tot wat experts “competence traps” noemen — situaties waarin bewezen effectieve strategieën uiteindelijk averechts werken omdat de wereld is veranderd maar het model dat de organisatie gebruikt niet is meeveranderd. De organisatie voorspelt op basis van wat in het verleden werkte, en die voorspellingen sturen de beslissingen, ook wanneer de omstandigheden inmiddels anders zijn. Pas wanneer de voorspellingsfouten groot genoeg worden om niet meer te kunnen worden genegeerd — wanneer de werkelijkheid hard genoeg ingrijpt — wordt het model herzien. Dit is waarom organisaties die te lang vasthouden aan wat worked hebben vaak de grootste problemen krijgen wanneer de markt verandert: niet omdat ze dom zijn, maar omdat hun brein — zowel individueel als collectief — te efficient is geworden in het voorspellen van een wereld die niet meer bestaat.
De uitdaging is om een balans te vinden tussen de efficiency van voorspellen en de openheid voor nieuwe informatie. Te weinig voorspellen betekent dat je elke situatie behandelt als volledig nieuw, alsof je geen ervaring hebt, en dat is inefficient en vaak ineffectief. Te veel voorspellen betekent dat je alleen nog maar ziet wat je al verwachtte te zien, en dat je leermogelijkheden misloopt. Het optimum is wat psychologen “adaptive flexibility” noemen — het vermogen om te vertrouwen op wat je weet totdat het niet meer werkt, maar dan snel en open genoeg te zijn om je model bij te stellen wanneer dat nodig is. Dit is uiteindelijk wat expertised the onderscheidt van rigiditeit: niet het hebben van een goed model, maar het hebben van een model dat zich kan aanpassen wanneer de werkelijkheid daarom vraagt.
De inhoud van deze blog is gebaseerd op onderzoek en praktijkervaring. Genoemde bronnen worden aangehaald als inspiratiebron of illustratie. Alle niet-gemarkeerde inhoud vertegenwoordigt de visie en ervaring van Sertel Ortac.
Bronnen bij dit artikel:
Friston, K. (2010). The free-energy principle. Nature Reviews Neuroscience.
Clark, A. (2013). Whatever next? Frontiers in Psychology.
Hohwy, J. (2013). The Predictive Mind. Oxford University Press.
Dit artikel valt onder: Brein & Veerkracht > Metacognitie – Voorspellen
Vond je dit nuttig? Volg me op LinkedIn voor meer inzichten.
Volg op LinkedIn